11 november 2011
De eerste weken hier niet echt lekker geslapen: het is erg vochtig in onze kamer en de schimmel groeide waar we bij stonden. Ik had regelmatig hoofdpijn en een verstopte neus. Gelukkig is Bharat donderdag langs geweest, die heeft wat aanpassingen gedaan aan onze kamer waardoor het klimaat er een stuk verbeterd is. Vloerbedekking in plaats van het flinterdunne zeil dat Bhimsen ons had toebedacht en matjes van isolatieschuim tegen de muren om het vocht buiten te houden. Het is provisorisch maar het werkt. We slapen beter en staan niet meer met hoofdpijn op. In opdracht van Bharat is Bhimsen nu ook eindelijk begonnen de rest van onze inboedel te vergaren. Hij kwam gisteren aanzetten met een extra staande kapstok voor onze kleren (in plaats van de legkast waarop we hoopten), een thermoskan en twee extra onderlakens voor als de andere in de was zijn. De extra dekbedhoezen en slopen was hij vergeten. Als morgen ook nog het lang beloofde keukenblok komt, met de mogelijkheid om een kopje thee te zetten, zijn we helemaal gelukkig.
Mijn bed, voor de makeover.
En na de makeover.
Afgezien van de schimmel zag ik 's nachts in bed soms huizenhoog op tegen weer een dag lesgeven. Het is nogal slopend, die eerste ervaringen op school. Het gaat meestal best goed, maar één klas zoog elke dag weer alle energie uit me. De derde klas in het hoofdgebouw, zo'n dertig kinderen van 10-12 jaar oud met wie geen land te bezeilen valt. Van zeker de helft vroeg ik me iedere les weer af of ze een woord verstonden van wat ik zei. Een handvol snapte me en leek best bereid mee te doen. De rest zat maar wat te rommelen en te kletsen. Ze bonkten elkaar keihard op de rug, duwden gezamenlijk hun bankjes omver of pakten elkaars spullen af. Eén meisje op de voorste rij zat echt íedere les in haar tas te rommelen of op de muur te krassen. Een jongetje had eergisteren zijn ijzeren liniaal finaal door zijn bank heen gemept met zijn boek. Een paar zitten apathisch achterin, hebben geen boek en kijken je glazig aan als je vraagt waarom niet. Ik was al heel gelukkig als ik ze allemaal zo'n beetje stil kreeg. Met een spannend verhaal - waar ze niks van snapten behalve de plaatjes - of met een spelletje. Of door de grootste etterbakjes ver uit elkaar te zetten. Of buiten. Ik bleef kalm, maar leuk was het niet. Als ik uit die les kwam, was ik kapot. En dus lag ik me elke nacht, als ik toch al niet kon slapen door de muffe lucht in onze kamer, af te vragen hoe ik ze morgen weer in bedwang zou houden.
De schatjes van klas 3.
Inge in actie in klas 4.
Na weer een doorwaakte nacht waarin ik lag te wanhopen over hoe ik de komende twee maanden zou doorkomen, heb ik besloten klas drie terug te geven aan de echte leraar. Laat die er maar wat van bakken, ik ben hier wel voor de lol en niet om een burnout op te lopen. Mijn andere klassen gaan goed, daar red ik me wel. De zevende, het eerste uur, bestaat grotendeels uit brave, leergierige meiden van een jaar of veertien. Die krijg ik wel mee. Pramila en Sunita zitten in die klas en dat helpt ook. De paar jongens die erbij zijn, houden zich aardig gedeisd bij al dat vrouwelijk machtsvertoon en de clown van de klas (er is er altijd een) is druk maar niet onaardig.
Klas 8 bestaat dan weer grotendeels uit jongens, aardige puberjongens. Onder hen de twee oudste jongens uit Mero Niwa: Rajesh en Govinda. De klas moest de eerste les wel even aan me wennen; ik heb ze overgenomen van Inge, die in ruil daarvoor de wat mij betreft hopeloze klas 2 overnam. Ze proberen me uit maar ik kan het hebben; het valt me mee hoe kalm ik blijf in de lessen. En ik kan hard met ze werken, ze zijn best bereidwillig. Het is leuk als je ze meekrijgt in je enthousiasme en dat lukt tot mijn verrassing best vaak.
Om half 1 is er tiffin, ofwel lunchpauze, tot 1 uur. De principal heeft onze de eerste schooldag meegenomen naar een guesthouse verderop en daar eten voor ons besteld. We kunnen daar elke dag terecht. Hij betaalt. Alleen jammer dat het vieze mannetje dat de maaltijd bereidt bij onze aankomst steevast uit zijn slaap gewekt moet worden; hij ligt dan gestrekt over twee stoelen in het eetzaaltje. Nu het weer wat is opgeknapt zitten we buiten. Dat is frisser: binnen zit alles duimendik onder het stof. En er valt buiten veel meer te zien. Stoere jongens die op hun brommers voorbij scheuren, drie schlemielige mannetjes die hand in hand langslopen, de smerige dorpsgek die iedereen vrolijk groet, de afgeladen bussen die uitlaatgassen uitbrakend optrekken. Helaas duurt het telkens een half uur voor ons eten er is, chow mein of noedelsoep, zodat we elke middag te laat op school zijn voor onze twee laatste klassen. We roepen bij het weggaan vrolijk: see you tomorrow! in de hoop het proces voor de volgende dag te versnellen maar tot nu toe heeft het geen kwartje doen vallen.
Aan de chow mein.
Na de tiffin heb ik klas drie op de primary school, een smerig, onooglijk donker gebouwtje met grotten van lokalen. Echt verschrikkelijk, maar de kinderen van mijn klas zijn allerliefst. Een paar kletsmajoors achterin zet ik soms uit elkaar, of buiten als het te erg wordt, en dat is genoeg. Vooral Ishor, Rajan en Sushil van Mero Niwas doen uitstekend mee. De rest is makkelijk stil te krijgen en hoe meer ze aan me wennen, hoe meer ze durven mee te doen met de dingen die ik van ze vraag.
Het lastigste is dat ze totaal niet gewend zijn zelf het initiatief te nemen, voor zichzelf te denken, vrij te werken of een eigen mening te formuleren. Vraag naar de betekenis van een woord en ze beginnen verwoed in hun boek te bladeren. Sommigen weten het en dreunen letterlijk de daar gegeven definitie op, ook als het een totaal andere betekenis van het woord betreft. Als je ze vraagt een tekening te maken naar aanleiding van een verhaaltje dat je net behandeld hebt, zitten ze een hele tijd zoekend om zich heen te kijken. Hun naam bovenaan het papiertje schrijven lukt nog net. Ze hebben geen idee wat ze daarna moeten doen. Als je ze een voorbeeld geeft, doen ze dat precies na, en controleren angstvallig bij hun buren hoe die het doen. Dat is waar ze ontzettend goed in zijn, kopiëren. Dat is dus een van de uitdagingen hier: proberen ze wat meer zelfvertrouwen te geven, om het anders te durven doen dan de rest. Laten zien dat fouten maken niet erg is, dat je ervan leert. Lastig, in een cultuur die fouten maken juist niet tolereert en hardhandig afstraft.
Er was deze week nogal wat onalledaags drama op school. Een paar dagen terug is een jongetje uit klas twee ontvoerd. De familie stond op het punt losgeld te betalen, toen de politie de daders vond en in de kraag greep. Gisteren was het jongetje voor het eerst weer op school en op het ochtendappel werd hij door alle leraren begroet met katas en kreeg hij luid applaus. Vandaag is een klein meisje uit de nursery vermist geraakt. Het nog niet officieel bevestigde gerucht gaat, dat ze gevonden is in de Bhote khosi, Bij de dam een kilometer of tien verderop, verdronken. De school grenst direct aan de rivier en bij de wc's kun je het schoolterrein af naar de oever. Daar is ze waarschijnlijk te water geraakt. Onze kinderen waren even geschokt toen ze het hoorden, maar minuten later alweer aan het spelen en lachen.
Vandaag was ook de bekendmaking van de studieresultaten van het afgelopen semester. Dat gaat en plein publique, midden op het schoolplein. De kinderen staan in rijen opgesteld zoals bij het ochtendappel en worden een voor een omgeroepen. Van de beste van de klas als eerste, helemaal tot aan de allerslechtste van de klas als laatste, moet iedereen langs de rest van de kinderen. Voor de zwaksten is dat best een vernedering. Er wordt gerekend in procenten; een flink aantal van de kinderen uit Mero Niwas had topscores. Rabilalal, Mahalaksmi, Shondiki en Sushil waren de eersten van hun klas, Pramila was tweede, en de anderen hoorden ook bij de toptien van hun klas. Alleen Ishor scoort slecht. Ik had met hem te doen toen iedereen vanavond trots met zijn rapport bij Bhimsen kwam. Zijn gezicht sprak boekdelen en hij was de laatste die zijn blauwe brief inleverde. Hij was de 32e van zijn klas.
Mijn derde klas in de primary school. Allemaal schatjes!
Na school zouden Inge en ik een kurta - de traditionele vrouwendracht - gaan bestellen. Auntie Mahadevi zou mee om ons te assisteren en ook een paar van de kinderen. Met Rabi, Laxmi en Sita togen we het dorp in. We trekken nog steeds bekijks daar, maar het helpt als we met onze Nepalese vrienden zijn. Auntie die steeds mijn hand pakte en de kinderen die aan je arm hangen. Eerst moest er stof worden gekocht. Er was niet veel keus in katoen, het meeste was wild gebloemd en ook al het rood viel af - daarvoor moet je getrouwd zijn. De kinderen adviseerden ons gretig en trokken van alles uit de kasten. Mijn keus viel op iets blauwgroens met een bloemetje en bijpassend effen blauwgroen voor de broek. Hierna kwam het opmeten, bij een ander winkeltje. Het vrouwtje dat de centimeter hanteerde was een dwerg en we voelden ons reuzinnen. Ze mat werkelijk iedere lengte op, het kan haast niet anders dan passen straks. De kinderen maakten een hele fotoreportage van het gebeuren. Sinds we ze af en toe onze camera's geven, willen ze niks anders meer dan foto's maken. Ik ben heel benieuwd naar mijn kurta maar we moeten nog even geduld hebben, pas over een kleine week zijn ze klaar. Kosten: 550 roepie voor de stof en 160 roepie voor het maken. Een compleet nieuwe outfit, op maat gemaakt, voor in totaal 7 euro!
ALLES wordt opgemeten.
Iedereen geeft advies.
Weer thuis zat iedereen te popelen om naar 'het veld' te gaan, een van de weinige plekken buiten het huis en school waar de kinderen naartoe kunnen. Er moet altijd een volwassene mee dus ze gaan niet vaak, maar ik had het ze beloofd, dus hupsakee. Het veld is een van de vele pas gemaaide rijstvelden, waar ze kunnen rennen en voetballen en gewoon een beetje rondhangen. Het was best idyllisch, zo in de avondschemering. Een groepje vrouwen was nog bezig rijst te oogsten met hun scherpe ronde messen. Inge en ik mochten het ook een keer proberen. De vrouwen waren ontzettend smerig en roken naar drank; later stonden ze allerlei lelijke dingen naar ons te roepen.
Pas toen het bijna donker was zijn we terug naar huis gelopen. De jongens raapten onderweg vuursteen op en probeerden vonken te slaan. Kleine Kritan was als altijd de fanatiekste. Weer thuis huis hebben ze het nog een hele tijd geprobeerd, nu met stro erbij. Het lukte niet. Gelukkig maar.
Pfff... zwaar hoor, uren op je hurken zitten.
Lekker voetballen.
zaterdag 12 november 2011
dinsdag 8 november 2011
De groene kamer
De vijftien kinderen van Mero Niwas brengen na school een groot deel van hun tijd door in een vierkante kamer van zo'n 16 vierkante meter met grasgroene vloerbedekking. Er is geen verwarming, maar dat is er in bijna geen enkel huis in Nepal. In een van de ramen zit geen glas en het is de laatste dagen vrij koud geweest, dus de kinderen dragen binnen vaak een muts en handschoenen. Er staat één meubelstuk: een boekenkast met daarin wat spelletjes, studieboeken en een hele reeks stichtelijke lectuur. De meest opvallende titel is wel die van een zekere Adolf Hitler: Mein Kampf. Ik vraag me af hoe dat boek daar gekomen is, wie het heeft gedoneerd. De kinderen zitten op de grond, of op een van de vierkante roze kussentjes die in de kamer liggen. Iedere ochtend wordt de vloerbedekking geveegd met een bezem van takjes, iedere avond ligt het weer vol met schoolboeken en schriften, snippers papier, stiften zonder dop en verdwaalde memorykaartjes.
De groene kamer.
Wij zitten ook veel in die kamer, 's middags na school en 's avonds, om de kinderen met hun huiswerk te helpen en spelletjes met ze te doen. Uno, een soort pesten, dat Inge heeft meegebracht, was een enorm succes. Ik heb de kinderen nog niet eerder zo zien schaterlachen, ook al helpen ze elkaar liever dan dat ze elkaar pesten.
Surash, Sushil en Ishor.
Onze aanwezigheid in het kinderhuis is een heel dankbare taak. De kinderen zijn ontzettend blij met ons. De eerste week was het een beetje wennen, de jongens meer dan de meiden. Maar ook de kleinere jongens beginnen nu steeds meer naar ons toe te komen voor een knuffel of een aai over hun bol.
Surash valt lekker tegen Inge aan in slaap.
Alleen is Bhimsen, de 'huisvader', een jongen van 21, nogal onberekenbaar in zijn gedrag. De ene keer is hij lief tegen de kinderen, om ze een paar uur of een dag daarna als een soort stille tiran schrik aan te jagen. Hij laat ze 's avonds voor het eten lastige teksten uit hun hoofd opdreunen en straft ze als ze het niet goed doen door ze op hun handen te slaan. Ik vind het elke keer niet om aan te zien en heb hem er vorige week op aangesproken toen hij een van de meisjes tot tranen toe had vernederd. Hij liep meteen weg en heeft ons een dag lang genegeerd. De sfeer in huis was te snijden en alle kinderen stonden op scherp. We zaten nogal met de situatie en hebben het besproken met Rene, de baas van Veldwerk. Hij heeft ons gevraagd goed te blijven opletten en nog even af te wachten. De avond voordat Inge en ik naar Kathmandu vertrokken overhoorde Bhimsen de kinderen weer, wel anderhalf uur, maar net iets minder passief-agressief dan eerder. Hij heeft ze die keer, voor zover we hebben meegekregen, geen straf gegeven en was na afloop opeens weer lief tegen ze. De kinderen zeggen dat Bhimsen dit al heel lang zo doet. Toen ze een keer hun huiswerk niet hadden gemaakt, heeft hij ze 500 keer achter elkaar laten zitten en weer opstaan! Ze vertellen ons dat ze verdrietig worden van zijn gedrag maar dat het nu eenmaal zo is. Op school wordt er ook geslagen, dat is heel gewoon in Nepal, maar de situatie in het huis is anders. Hier is het meer een machtsspelletje van een opgeschoten puber, of een manier om zijn onzekerheid te maskeren. Wij worden er in elk geval niet vrolijk van. We proberen ze maar zo veel mogelijk te vertroetelen. En hopelijk neemt Rene maatregelen. Ik zal er in ieder geval op blijven hameren dat de kinderen op deze manier geen veilig thuis hebben en dat er iets gedaan moet worden om hun gevoel van veiligheid te vergroten.
Binda houdt ervan zich te verkleden.
Kritan, de jongste. Hij is 9.
In Kathmandu heb ik dit weekend met het geld dat jullie met zijn allen hebben gedoneerd een hele stapel kinderboeken gekocht voor in de boekenkast van Mero Niwas. Ze waren er hartstikke blij mee en begonnen meteen druk te bladeren en lezen. Ik hoop ook nog een keer een uitstapje met ze te kunnen maken met een ander deel van het geld; ze komen zelden buiten Barhabise en praten nog steeds over die ene keer dat ze naar de dierentuin in Kathmandu zijn geweest en over hun uitstapje naar Tatopani.
De groene kamer.
Wij zitten ook veel in die kamer, 's middags na school en 's avonds, om de kinderen met hun huiswerk te helpen en spelletjes met ze te doen. Uno, een soort pesten, dat Inge heeft meegebracht, was een enorm succes. Ik heb de kinderen nog niet eerder zo zien schaterlachen, ook al helpen ze elkaar liever dan dat ze elkaar pesten.
Surash, Sushil en Ishor.
Onze aanwezigheid in het kinderhuis is een heel dankbare taak. De kinderen zijn ontzettend blij met ons. De eerste week was het een beetje wennen, de jongens meer dan de meiden. Maar ook de kleinere jongens beginnen nu steeds meer naar ons toe te komen voor een knuffel of een aai over hun bol.
Surash valt lekker tegen Inge aan in slaap.
Alleen is Bhimsen, de 'huisvader', een jongen van 21, nogal onberekenbaar in zijn gedrag. De ene keer is hij lief tegen de kinderen, om ze een paar uur of een dag daarna als een soort stille tiran schrik aan te jagen. Hij laat ze 's avonds voor het eten lastige teksten uit hun hoofd opdreunen en straft ze als ze het niet goed doen door ze op hun handen te slaan. Ik vind het elke keer niet om aan te zien en heb hem er vorige week op aangesproken toen hij een van de meisjes tot tranen toe had vernederd. Hij liep meteen weg en heeft ons een dag lang genegeerd. De sfeer in huis was te snijden en alle kinderen stonden op scherp. We zaten nogal met de situatie en hebben het besproken met Rene, de baas van Veldwerk. Hij heeft ons gevraagd goed te blijven opletten en nog even af te wachten. De avond voordat Inge en ik naar Kathmandu vertrokken overhoorde Bhimsen de kinderen weer, wel anderhalf uur, maar net iets minder passief-agressief dan eerder. Hij heeft ze die keer, voor zover we hebben meegekregen, geen straf gegeven en was na afloop opeens weer lief tegen ze. De kinderen zeggen dat Bhimsen dit al heel lang zo doet. Toen ze een keer hun huiswerk niet hadden gemaakt, heeft hij ze 500 keer achter elkaar laten zitten en weer opstaan! Ze vertellen ons dat ze verdrietig worden van zijn gedrag maar dat het nu eenmaal zo is. Op school wordt er ook geslagen, dat is heel gewoon in Nepal, maar de situatie in het huis is anders. Hier is het meer een machtsspelletje van een opgeschoten puber, of een manier om zijn onzekerheid te maskeren. Wij worden er in elk geval niet vrolijk van. We proberen ze maar zo veel mogelijk te vertroetelen. En hopelijk neemt Rene maatregelen. Ik zal er in ieder geval op blijven hameren dat de kinderen op deze manier geen veilig thuis hebben en dat er iets gedaan moet worden om hun gevoel van veiligheid te vergroten.
Binda houdt ervan zich te verkleden.
Kritan, de jongste. Hij is 9.
In Kathmandu heb ik dit weekend met het geld dat jullie met zijn allen hebben gedoneerd een hele stapel kinderboeken gekocht voor in de boekenkast van Mero Niwas. Ze waren er hartstikke blij mee en begonnen meteen druk te bladeren en lezen. Ik hoop ook nog een keer een uitstapje met ze te kunnen maken met een ander deel van het geld; ze komen zelden buiten Barhabise en praten nog steeds over die ene keer dat ze naar de dierentuin in Kathmandu zijn geweest en over hun uitstapje naar Tatopani.
Wakwak
Maandag 7 november
Terug in Barhabise, na vijf uur in de bus met een geit en een kip en een heleboel mensen. Nepalezen hebben een zwakke maag, ze worden heel gauw wagenziek; we kunnen inmiddels vrij aardig voorspellen welke van de instappers binnen afzienbare tijd hun eten in een plastic zakje zullen lozen, of uit het raam zullen hangen om 'wakwak' te doen.
Meestal zijn het kinderen en vrouwen. Op weg naar Kathmandu afgelopen vrijdag - we hadden gekozen voor een snelle microbus - maakten we mee dat een vrouw die op de bank achter ons zat, vol op de rug en in de nek van onze buurman kotste. Het afgrijzen was groot en even was ik bang dat we ook van alle andere inzittenden de maaginhoud te zien zouden krijgen. Ze hielden allemaal doekjes voor hun gezicht en zaten hevig te kokhalzen en naar adem te happen. Bij het eerstvolgende waterpunt probeerde de chauffeur de gemoederen tot bedaren te brengen door een enorme schaal water dwars door de volle bus heen te zwiepen, zodat de stukjes daal baat niet meer alleen onder onze stoelen lagen maar door het hele voertuig.
De kaartjesverkoper hangt de hele weg in de deuropening om mensen te lokken: 'Barhabisebarhabisebarhabisebarhabise'.
Het maakt reizen met de bus er niet plezieriger op, evenmin als de vrijpostigheid waarmee je medepassagiers op je armleuning gaan zitten, om dan langzaam af te zakken naar je schoot, of de elleboogstoten en onfrisse oksels als je aan het gangpad zit. De bus is overigens ook meteen vrachtvervoer. Zakken rijst, allerlei handelswaar, baby's in wiegjes, onduidelijke plastic zakken waar vreemde geuren uit komen, alles mag mee, gewoon in het gangpad. Daarbij komen nog de verkopers die bij iedere stop de bus in stromen met zakjes chips, flessen water, sinaasappels, lelijke gouden horloges, riemen en andere rommel. En bedelaartjes: een klein meisje met een zielig briefje in het Nepalees dat minuten lang bij ons bleef staan en een nog kleiner jongetje dat haar daarbij net zo lang bleef schoppen tot er tranen over haar wangen biggelden. Dat zijn hartverscheurende taferelen maar geld geven wordt ons steeds weer afgeraden. Zolang bedelen succes heeft, zullen kinderen eropuit gestuurd blijven worden met zielige briefjes.
De arme kip zagen we maar heel even, in een witte plastic zak tussen de benen van haar eigenaar. Toen we wat later weer keken was de zak bedolven onder een zware koffer. We vreesden voor het leven van de kip. Ze staat op de foto, hier nog levend en wel, maar het is even zoeken.
Het geitje dat ergens halverwege de rit was ingestapt, aangelijnd bij een meisje van een jaar of tien, zat zielig weggekropen tegen mijn been terwijl het baasje met haar neus in een plastic zakje zat. Ik hoopte maar dat het geitje heel goed zijn plas kon ophouden en niet tegen mijn broek of in mijn schoen zou keutelen. Het dier hield het gelukkig droog, maar dat is wel het ergste van de hele rit: dat je nergens naar de wc kunt. Als je geluk hebt wordt er ergens in een berm met wat struikgewas gestopt, vandaag was het een stinkende pisbak bij een haveloos pompstation. Ik ben er gaan kijken en de mannen die er achter de lage muurtjes hun ding stonden te doen wenkten me maar ik heb vriendelijk bedankt. Hoe Nepalese vrouwen hun plas vier of vijf uur ophouden is me een raadsel. Ze blijven de hele weg lang rustig zitten. Mij is het deze keer alleen gelukt met een streng dorstregime voorafgaand aan de reis en de grootst mogelijke wilskracht onderweg. We tellen nu al de keren af dat we deze rit nog moeten maken.
Terug in Barhabise, na vijf uur in de bus met een geit en een kip en een heleboel mensen. Nepalezen hebben een zwakke maag, ze worden heel gauw wagenziek; we kunnen inmiddels vrij aardig voorspellen welke van de instappers binnen afzienbare tijd hun eten in een plastic zakje zullen lozen, of uit het raam zullen hangen om 'wakwak' te doen.
Meestal zijn het kinderen en vrouwen. Op weg naar Kathmandu afgelopen vrijdag - we hadden gekozen voor een snelle microbus - maakten we mee dat een vrouw die op de bank achter ons zat, vol op de rug en in de nek van onze buurman kotste. Het afgrijzen was groot en even was ik bang dat we ook van alle andere inzittenden de maaginhoud te zien zouden krijgen. Ze hielden allemaal doekjes voor hun gezicht en zaten hevig te kokhalzen en naar adem te happen. Bij het eerstvolgende waterpunt probeerde de chauffeur de gemoederen tot bedaren te brengen door een enorme schaal water dwars door de volle bus heen te zwiepen, zodat de stukjes daal baat niet meer alleen onder onze stoelen lagen maar door het hele voertuig.
De kaartjesverkoper hangt de hele weg in de deuropening om mensen te lokken: 'Barhabisebarhabisebarhabisebarhabise'.
Het maakt reizen met de bus er niet plezieriger op, evenmin als de vrijpostigheid waarmee je medepassagiers op je armleuning gaan zitten, om dan langzaam af te zakken naar je schoot, of de elleboogstoten en onfrisse oksels als je aan het gangpad zit. De bus is overigens ook meteen vrachtvervoer. Zakken rijst, allerlei handelswaar, baby's in wiegjes, onduidelijke plastic zakken waar vreemde geuren uit komen, alles mag mee, gewoon in het gangpad. Daarbij komen nog de verkopers die bij iedere stop de bus in stromen met zakjes chips, flessen water, sinaasappels, lelijke gouden horloges, riemen en andere rommel. En bedelaartjes: een klein meisje met een zielig briefje in het Nepalees dat minuten lang bij ons bleef staan en een nog kleiner jongetje dat haar daarbij net zo lang bleef schoppen tot er tranen over haar wangen biggelden. Dat zijn hartverscheurende taferelen maar geld geven wordt ons steeds weer afgeraden. Zolang bedelen succes heeft, zullen kinderen eropuit gestuurd blijven worden met zielige briefjes.
De arme kip zagen we maar heel even, in een witte plastic zak tussen de benen van haar eigenaar. Toen we wat later weer keken was de zak bedolven onder een zware koffer. We vreesden voor het leven van de kip. Ze staat op de foto, hier nog levend en wel, maar het is even zoeken.
Het geitje dat ergens halverwege de rit was ingestapt, aangelijnd bij een meisje van een jaar of tien, zat zielig weggekropen tegen mijn been terwijl het baasje met haar neus in een plastic zakje zat. Ik hoopte maar dat het geitje heel goed zijn plas kon ophouden en niet tegen mijn broek of in mijn schoen zou keutelen. Het dier hield het gelukkig droog, maar dat is wel het ergste van de hele rit: dat je nergens naar de wc kunt. Als je geluk hebt wordt er ergens in een berm met wat struikgewas gestopt, vandaag was het een stinkende pisbak bij een haveloos pompstation. Ik ben er gaan kijken en de mannen die er achter de lage muurtjes hun ding stonden te doen wenkten me maar ik heb vriendelijk bedankt. Hoe Nepalese vrouwen hun plas vier of vijf uur ophouden is me een raadsel. Ze blijven de hele weg lang rustig zitten. Mij is het deze keer alleen gelukt met een streng dorstregime voorafgaand aan de reis en de grootst mogelijke wilskracht onderweg. We tellen nu al de keren af dat we deze rit nog moeten maken.
zondag 6 november 2011
Vrienden samen voor vrienden
Weer eventjes in Kathmandu en de agenda is bomvol. Toevalligerwijs zijn er uitgerekend dit weekend tegelijkertijd een paar mensen in de stad die ik heel graag wil ontmoeten. Gisterenochtend met Inge naar Hotel Amar gelopen, waar we vorig jaar voor en na de trekking verbleven. Daar hebben we koffie gedronken met twee van mijn reisgenoten van destijds, Hans en Fabienne. En met een van hun twee pleegzonen, Rabi. De andere, Jit (mijn bhai/broer) was er helaas niet bij; die moest vanochtend al vroeg met zijn gezin terug naar hun dorp. Ik hoop hem binnenkort nog te ontmoeten. Ik zag ook Jit de kok weer, en Krishna die toen met mij en Floor naar het ziekenhuis is geweest.
Het was een gezellig weerzien met Hans en Fabienne, we hebben spannende verhalen over hun trekking aangehoord en verteld over onze eerste ervaringen als vrijwilligers. Ze hadden mooie foto's bij zich van Jit en zijn gezinnetje; zijn dochter Choyying is nu ruim tien maanden, een prachtig kind. Ze maken het heel goed. Jit is de afgelopen maand als gids met Hans en Fabienne meegeweest op hun trekking in Inner Dolpo. Zijn broertje Rabi mocht dit jaar ook voor het eerst als gids werken, verleden jaar was hij nog drager. Hij is met Frans, onze reisleider van toen, weer meegeweest op dezelfde trekking die ik vorig jaar maakte, Annapurna The Hard Way, en heeft zijn vuurproef glansrijk doorstaan.
Om elf uur zijn we door Kam Dawa Sherpa, een van de Nepalese bestuursleden van de stichting van Frans, Sathiko Sath, per taxi meegenomen naar het Sathiko Sath-huis aan de rand van de stad. Frans heeft me vorig jaar uitgebreid over zijn stichting verteld. Zijn geestdrift destijds werkte aanstekelijk en was een van de redenen dat ik nu weer hier ben. We hebben contact gehouden en gisteren heeft hij me uitgenodigd om te komen kijken in het kinderhuis van de stichting.
Sathiko Sath (Vrienden samen voor vrienden) bestaat nog maar een paar jaar maar is in die korte tijd al flink gegroeid. Het idee is simpel maar doordacht: bied kinderen van dragers en gidsen (mensen die fysiek zeer zwaar werk doen voor een laag inkomen en weinig toekomstperspectief hebben en geen geld om hun kinderen naar een goede school te sturen) de mogelijkheid op écht goed onderwijs. Zorg bovendien dat ze aansluiting vinden bij goed vervolgonderwijs en iets leren dat nuttig is voor hun eigen gemeenschap. Want scholing is bij de stichting niet het doel maar het middel. Wat ze uiteindelijk nadrukkelijk hopen te bereiken, is dat de kinderen straks - hoogopgeleid - niet naar het buitenland vertrekken, maar teruggaan naar hun dorpen om daar dingen ten goede te veranderen.
Al in de taxi zat Kam Dawa trots over het huis en de stichting te vertellen. Hij is gids, net als de overige leden van het Nepalese bestuur. Vlak voor we arriveerden bij het huis wees hij de school aan waar de Sathiko Sath-kinderen naartoe gaan; een enorme campus met zwembaden, sportvelden en alle mogelijke faciliteiten. De Little Angel's School is zonder twijfel de beste school van Nepal. Het schoolgeld is er ook naar.
Frans en zijn trekkinggezelschap (hij leidt zijn groepen aan het eind van hun reis graag nog even rond in 'zijn' kinderhuis) waren er nog niet toen we aankamen. Zodra de poort openging, vielen onze monden open van verbazing. Wow! Wat was het schoon en heel! Geen modder voor de deur! Gezellige kindertekeningen in de deuropening, bloembakken, fris geverfde muren! Al meteen waren we getroffen door het enorme contrast met ons eigen kinderhuis, Mero Niwas.
Binnen werden we warm ontvangen door de 'huisvader'. De kinderen zaten op hun vrije zaterdag hard te studeren in de ruime huiskamer. Ze kregen bijles van jonge leden van de plaatselijke rotary. Toen Frans met zijn gezelschap aankwam, stroomde iedereen naar buiten om hem op te wachten, ik ook. Het was een hartelijk weerzien. Na een maand in de bergen zag hij er gebruind en tanig uit, energiek als altijd. We zijn op het terras ontvangen met thee en hebben daarna een rondleiding gekregen door het huis. De sfeer is er heel gezellig, en wat een ruimte! Er wonen nu 29 kinderen waarvan de ouders en verdere familie in de bergen wonen. Van nog eens 18 kinderen die wel bij hun ouders of bij familie kunnen wonen, worden het schoolgeld voor de Little Angel's School, schooluniform, boeken, schoolmaaltijden en vervoer door de stichting betaald. Door loting wordt bepaald welke kinderen mogen meedoen.
De aankomst van Frans en zijn reisgezelschap.
De rondleiding eindigde op het dakterras. Daar werd een ander punt waarover goed is nagedacht helder toegelicht door Bashu Dev Neupane. Deze man is een autoriteit op het gebied van NGO's in Nepal en hij heeft zich als adviseur verbonden aan deze en nog een aantal andere kleinere stichtingen. Hij legde uit dat de recente burgeroorlog de verschillende etnische groepen, waartussen al nooit veel onderlinge contacten bestonden maar die door de migratie naar de steden steeds meer gedwongen samenleven, nog verder uit elkaar gedreven heeft. De stichting wil bijdragen aan het stimuleren van een harmonieuze samenwerking tussen deze groepen. Daarom bestaat het Nepalese bestuur (allen gids) uit vertegenwoordigers van de vijf belangrijkste etnische groepen: Sherpa, Shresta, Magar, Tamang en Gurung. Met coaching van het Nederlandse bestuur leren ze langzamerhand steeds beter samenwerken en hun gezamenlijke belangen behartigen. Hun kinderen zitten allemaal samen in het huis en sluiten daar vriendschappen die op de lange termijn ook - op heel kleine schaal - de muren tussen de verschillende groepen wat lager kunnen maken.
Frans met de huisvader en huismoeder.
Een van de slaapkamers. Ook hier krijgen de kinderen bijles van een rotarian.
Na de uitleg van Bashu Dev was er voor iedereen daal baath in de eetkamer. Wel even wennen om die met een lepel te moeten eten, we zijn inmiddels helemaal gewend aan het eten met onze de rechterhand. Frans had nog een cadeautje van zijn groep voor de kinderen. Daarvoor werden ze allemaal opgetrommeld en ze hebben als dank met z'n allen een liedje gezongen. De groep moest daarna door naar het vliegveld want zou eind van de middag terug naar Nederland vliegen. Frans blijft nog een week om zich in te zetten voor zijn stichting.
Bashu Dev geeft uitleg en de jonge rotarians worden door Frans uitgebreid bedankt.
De kinderen van Sathiko Sath.
Ik had al veel over Sathiko Sath gehoord en vond het een mooi initiatief, maar nu ik het met eigen ogen kon zien was ik toch wel erg onder de indruk. Heel doordacht, goed lettend op de lange termijn, met duidelijke doelen, korte lijntjes en weinig overhead. Als je niet weet wat je met je geld moet doen en een goed doel zoekt: hiervan weet ik 100% zeker dat elke cent op de juiste plek terechtkomt. De link vind je in de balk rechts.
Het was een gezellig weerzien met Hans en Fabienne, we hebben spannende verhalen over hun trekking aangehoord en verteld over onze eerste ervaringen als vrijwilligers. Ze hadden mooie foto's bij zich van Jit en zijn gezinnetje; zijn dochter Choyying is nu ruim tien maanden, een prachtig kind. Ze maken het heel goed. Jit is de afgelopen maand als gids met Hans en Fabienne meegeweest op hun trekking in Inner Dolpo. Zijn broertje Rabi mocht dit jaar ook voor het eerst als gids werken, verleden jaar was hij nog drager. Hij is met Frans, onze reisleider van toen, weer meegeweest op dezelfde trekking die ik vorig jaar maakte, Annapurna The Hard Way, en heeft zijn vuurproef glansrijk doorstaan.
Om elf uur zijn we door Kam Dawa Sherpa, een van de Nepalese bestuursleden van de stichting van Frans, Sathiko Sath, per taxi meegenomen naar het Sathiko Sath-huis aan de rand van de stad. Frans heeft me vorig jaar uitgebreid over zijn stichting verteld. Zijn geestdrift destijds werkte aanstekelijk en was een van de redenen dat ik nu weer hier ben. We hebben contact gehouden en gisteren heeft hij me uitgenodigd om te komen kijken in het kinderhuis van de stichting.
Sathiko Sath (Vrienden samen voor vrienden) bestaat nog maar een paar jaar maar is in die korte tijd al flink gegroeid. Het idee is simpel maar doordacht: bied kinderen van dragers en gidsen (mensen die fysiek zeer zwaar werk doen voor een laag inkomen en weinig toekomstperspectief hebben en geen geld om hun kinderen naar een goede school te sturen) de mogelijkheid op écht goed onderwijs. Zorg bovendien dat ze aansluiting vinden bij goed vervolgonderwijs en iets leren dat nuttig is voor hun eigen gemeenschap. Want scholing is bij de stichting niet het doel maar het middel. Wat ze uiteindelijk nadrukkelijk hopen te bereiken, is dat de kinderen straks - hoogopgeleid - niet naar het buitenland vertrekken, maar teruggaan naar hun dorpen om daar dingen ten goede te veranderen.
Al in de taxi zat Kam Dawa trots over het huis en de stichting te vertellen. Hij is gids, net als de overige leden van het Nepalese bestuur. Vlak voor we arriveerden bij het huis wees hij de school aan waar de Sathiko Sath-kinderen naartoe gaan; een enorme campus met zwembaden, sportvelden en alle mogelijke faciliteiten. De Little Angel's School is zonder twijfel de beste school van Nepal. Het schoolgeld is er ook naar.
Frans en zijn trekkinggezelschap (hij leidt zijn groepen aan het eind van hun reis graag nog even rond in 'zijn' kinderhuis) waren er nog niet toen we aankamen. Zodra de poort openging, vielen onze monden open van verbazing. Wow! Wat was het schoon en heel! Geen modder voor de deur! Gezellige kindertekeningen in de deuropening, bloembakken, fris geverfde muren! Al meteen waren we getroffen door het enorme contrast met ons eigen kinderhuis, Mero Niwas.
Binnen werden we warm ontvangen door de 'huisvader'. De kinderen zaten op hun vrije zaterdag hard te studeren in de ruime huiskamer. Ze kregen bijles van jonge leden van de plaatselijke rotary. Toen Frans met zijn gezelschap aankwam, stroomde iedereen naar buiten om hem op te wachten, ik ook. Het was een hartelijk weerzien. Na een maand in de bergen zag hij er gebruind en tanig uit, energiek als altijd. We zijn op het terras ontvangen met thee en hebben daarna een rondleiding gekregen door het huis. De sfeer is er heel gezellig, en wat een ruimte! Er wonen nu 29 kinderen waarvan de ouders en verdere familie in de bergen wonen. Van nog eens 18 kinderen die wel bij hun ouders of bij familie kunnen wonen, worden het schoolgeld voor de Little Angel's School, schooluniform, boeken, schoolmaaltijden en vervoer door de stichting betaald. Door loting wordt bepaald welke kinderen mogen meedoen.
De aankomst van Frans en zijn reisgezelschap.
De rondleiding eindigde op het dakterras. Daar werd een ander punt waarover goed is nagedacht helder toegelicht door Bashu Dev Neupane. Deze man is een autoriteit op het gebied van NGO's in Nepal en hij heeft zich als adviseur verbonden aan deze en nog een aantal andere kleinere stichtingen. Hij legde uit dat de recente burgeroorlog de verschillende etnische groepen, waartussen al nooit veel onderlinge contacten bestonden maar die door de migratie naar de steden steeds meer gedwongen samenleven, nog verder uit elkaar gedreven heeft. De stichting wil bijdragen aan het stimuleren van een harmonieuze samenwerking tussen deze groepen. Daarom bestaat het Nepalese bestuur (allen gids) uit vertegenwoordigers van de vijf belangrijkste etnische groepen: Sherpa, Shresta, Magar, Tamang en Gurung. Met coaching van het Nederlandse bestuur leren ze langzamerhand steeds beter samenwerken en hun gezamenlijke belangen behartigen. Hun kinderen zitten allemaal samen in het huis en sluiten daar vriendschappen die op de lange termijn ook - op heel kleine schaal - de muren tussen de verschillende groepen wat lager kunnen maken.
Frans met de huisvader en huismoeder.
Een van de slaapkamers. Ook hier krijgen de kinderen bijles van een rotarian.
Na de uitleg van Bashu Dev was er voor iedereen daal baath in de eetkamer. Wel even wennen om die met een lepel te moeten eten, we zijn inmiddels helemaal gewend aan het eten met onze de rechterhand. Frans had nog een cadeautje van zijn groep voor de kinderen. Daarvoor werden ze allemaal opgetrommeld en ze hebben als dank met z'n allen een liedje gezongen. De groep moest daarna door naar het vliegveld want zou eind van de middag terug naar Nederland vliegen. Frans blijft nog een week om zich in te zetten voor zijn stichting.
Bashu Dev geeft uitleg en de jonge rotarians worden door Frans uitgebreid bedankt.
De kinderen van Sathiko Sath.
Ik had al veel over Sathiko Sath gehoord en vond het een mooi initiatief, maar nu ik het met eigen ogen kon zien was ik toch wel erg onder de indruk. Heel doordacht, goed lettend op de lange termijn, met duidelijke doelen, korte lijntjes en weinig overhead. Als je niet weet wat je met je geld moet doen en een goed doel zoekt: hiervan weet ik 100% zeker dat elke cent op de juiste plek terechtkomt. De link vind je in de balk rechts.
zaterdag 5 november 2011
Bhai-tika
Er vallen grote gaten in mijn verslaggeving, het is niet te vermijden. Aan het verhaal over ons verblijf op de boerderij van Bhimsen's ouders, alweer ruim een week geleden, kom ik denk ik niet meer toe. Ik kan wel een paar fotootjes plaatsen en jullie verwijzen naar de blog van Inge. Die heeft het allemaal heel mooi opgeschreven vandaag. De link naar haar website staat in de rechter balk.
De boerderij.
Mijn bedstee, gelukkig zonder bedwantsen. Inge is minder gelukkig. 100 bulten!
Godzijdank lopen er een paar nieuwsgierige kinderen rond want het is er verpletterend saai. Kan ik mooi alvast een beetje oefenen met lesgeven.
Een familielid frituurt ronde roti, een soort donut, maar dan speciaal voor Tihar en een stuk minder smakelijk.
Moeder en dochter malen bonen voor de daal.
Bhimsen's halfbroer (die man van wie ik me laatst afvroeg of het misschien zijn vader was) scheert zich voor de tikaceremonie en trekt daarna zijn mooiste kleren aan.
De vrouwen geven ons een tika, eigenlijk alleen bedoeld voor broers, maar vandaag ook voor de gasten.
Het staatsieportret met de hele familie.
Ik met mijn tikka.
En de schalen met heerlijkheden die ik gekregen heb. Brokken suiker, roti, koekjes, snoep, fruit, kokos en zelfs een gebakken ei!
De vrouwen van het gezin.
Bhimsen's moeder met haar kleindochter.
Ons staatsieportret met Bhimsen.
Ama heeft het avondeten klaar.
Het uitzicht vanaf de veranda.
De boerderij.
Mijn bedstee, gelukkig zonder bedwantsen. Inge is minder gelukkig. 100 bulten!
Godzijdank lopen er een paar nieuwsgierige kinderen rond want het is er verpletterend saai. Kan ik mooi alvast een beetje oefenen met lesgeven.
Een familielid frituurt ronde roti, een soort donut, maar dan speciaal voor Tihar en een stuk minder smakelijk.
Moeder en dochter malen bonen voor de daal.
Bhimsen's halfbroer (die man van wie ik me laatst afvroeg of het misschien zijn vader was) scheert zich voor de tikaceremonie en trekt daarna zijn mooiste kleren aan.
De vrouwen geven ons een tika, eigenlijk alleen bedoeld voor broers, maar vandaag ook voor de gasten.
Het staatsieportret met de hele familie.
Ik met mijn tikka.
En de schalen met heerlijkheden die ik gekregen heb. Brokken suiker, roti, koekjes, snoep, fruit, kokos en zelfs een gebakken ei!
De vrouwen van het gezin.
Bhimsen's moeder met haar kleindochter.
Ons staatsieportret met Bhimsen.
Ama heeft het avondeten klaar.
Het uitzicht vanaf de veranda.
woensdag 2 november 2011
Tweehonderd Nepalezen en één bus
Nog een inhaalstukje.
Donderdag de 29e, al heel vroeg in de ochtend, heeft Bharat ons van ons hotel in Kathmandu opgehaald en naar Ratna Park bus station gebracht. We zouden eindelijk naar Barhabise reizen, een bestemming waar we inmiddels best naar uitgekeken hadden. Ik voelde me niet al te best, was de avond tevoren steeds misselijker geworden en moest er 's nachts twee keer uit om alles wat ik gegeten had er weer uit te gooien. Bharat keek niet minder dan beteuterd toen hij hoorde dat ik ziek was. Het was ook niet het beste moment; de lokale bus waarmee we zouden reizen beloofde erg vol te zijn vanwege tihar. Hij heeft zich erg ingespannen om stoelen voorin voor ons te bemachtigen en zelfs een extra stoel naast de mijne voor mijn plunjezak. Ratna Park is een chaos. Alle bussen staan er kriskras door elkaar en overal lopen mensen te zoeken en te leuren met bagage.
Ik weet niet of we zonder Bharat onze bus gevonden zouden hebben. Hij heeft ons helemaal geïnstalleerd en uitgezwaaid; vlak daarna liep de bus vol mensen tot er geen plekje meer vrij was. Dat dacht ik althans, tot we, bijna de stad uit, keer op keer stopten om nog meer mensen mee te nemen. Afgeladen is nog zwak uitgedrukt. Alle stoelen waren bezet, het gangpad stond stampvol tot pal naast de chauffeur en toen we de politieposten eenmaal voorbij waren gingen de jonge mannen die binnen hadden gestaan op het dak, een stuk of twintig toch zeker, en konden er uiteraard binnen weer nieuwe mensen bij. Mannen, vrouwen, kinderen, stokoude besjes, manden, tassen, balen. Alles werd naar binnen gepropt en nog verder naar binnen gepropt. Al gauw zat ik klemvast in mijn stoel, bedolven onder tassen, kinderen en vrouwen die over mijn plunjezak hingen. Eén lag me zo bijna de hele weg zo'n beetje aan te kijken. Ze had een hard, onvriendelijk gezicht en ik voelde me niet al te behaaglijk onder haar blikken. Na een uur of anderhalf moest ik zo nodig naar de wc dat ik al helemaal zat te bedenken hoe ik onder alle tassen iets zou proberen met een plastic zakje, toen er opeens gestopt werd in de berm. Ik heb me losgescheurd van mijn plek en ben over alles heen naar de deur en naar buiten geklommen. Er stonden alleen mannen buiten te piesen; geen idee wat de vrouwen doen maar ik zag er niet een naar buiten komen om hetzelfde te doen.
We deden een stuk langer over de rit dan normaal. Er staat drie à vier uur voor maar ons kostte het er zeker vijf omdat we alsmaar stopten en er steeds weer geschoven en gepropt moest worden. Dat bleef de hele weg zo doorgaan. Tien eruit, twintig erin, en ook als ik dacht dat er nu echt niets meer bij kon, bleek het toch weer te kunnen. De instappers werden steeds authentieker; vrouwen in hun traditionele rode kleding en boertjes in vuile werkpakken. Eén stokoud mannetje stond wel twintig minuten lang vertederd naar me te kijken door zijn waterige oude oogjes. En ik heb zeker een half uur lang een baby van een jaar of één in mijn nek gehad. Ik moest me schrap zetten om te zorgen dat het kind niet naar beneden viel. Het sliep rustig door alle herrie en gewiebel heen.
Het meest bijzondere van alles was, dat vrijwel iedereen het geprop eerder hilarisch dan vervelend vond en het heel gelaten onderging. Kinderen gaven geen kik, oudjes hingen met een glimlach aan de handvatten. Volgens mij kwamen veel mensen hun dorpsgenoten tegen in de bus, ze stonden gezellig te kouten.
Na een heleboel stops was er een waarbij iedereen begon op te staan, Was dit Bahabise al? Ik herkende niets buiten, behalve opeens het gezicht van Bimsen, de projectcoördinator. Hij is ons voorgegaan naar Mero Niwas - liet mij sjouwen met mijn veel te zware plunjezak terwijl mijn lijf nog steeds aan het morren was. Hij vatte mijn probleem bondig samen: You have too many things.
Over het kinderhuis en de kinderen en onze trip naar de boerderij van Bimsen's ouders zal ik een andere keer vertellen.
Donderdag de 29e, al heel vroeg in de ochtend, heeft Bharat ons van ons hotel in Kathmandu opgehaald en naar Ratna Park bus station gebracht. We zouden eindelijk naar Barhabise reizen, een bestemming waar we inmiddels best naar uitgekeken hadden. Ik voelde me niet al te best, was de avond tevoren steeds misselijker geworden en moest er 's nachts twee keer uit om alles wat ik gegeten had er weer uit te gooien. Bharat keek niet minder dan beteuterd toen hij hoorde dat ik ziek was. Het was ook niet het beste moment; de lokale bus waarmee we zouden reizen beloofde erg vol te zijn vanwege tihar. Hij heeft zich erg ingespannen om stoelen voorin voor ons te bemachtigen en zelfs een extra stoel naast de mijne voor mijn plunjezak. Ratna Park is een chaos. Alle bussen staan er kriskras door elkaar en overal lopen mensen te zoeken en te leuren met bagage.
Ik weet niet of we zonder Bharat onze bus gevonden zouden hebben. Hij heeft ons helemaal geïnstalleerd en uitgezwaaid; vlak daarna liep de bus vol mensen tot er geen plekje meer vrij was. Dat dacht ik althans, tot we, bijna de stad uit, keer op keer stopten om nog meer mensen mee te nemen. Afgeladen is nog zwak uitgedrukt. Alle stoelen waren bezet, het gangpad stond stampvol tot pal naast de chauffeur en toen we de politieposten eenmaal voorbij waren gingen de jonge mannen die binnen hadden gestaan op het dak, een stuk of twintig toch zeker, en konden er uiteraard binnen weer nieuwe mensen bij. Mannen, vrouwen, kinderen, stokoude besjes, manden, tassen, balen. Alles werd naar binnen gepropt en nog verder naar binnen gepropt. Al gauw zat ik klemvast in mijn stoel, bedolven onder tassen, kinderen en vrouwen die over mijn plunjezak hingen. Eén lag me zo bijna de hele weg zo'n beetje aan te kijken. Ze had een hard, onvriendelijk gezicht en ik voelde me niet al te behaaglijk onder haar blikken. Na een uur of anderhalf moest ik zo nodig naar de wc dat ik al helemaal zat te bedenken hoe ik onder alle tassen iets zou proberen met een plastic zakje, toen er opeens gestopt werd in de berm. Ik heb me losgescheurd van mijn plek en ben over alles heen naar de deur en naar buiten geklommen. Er stonden alleen mannen buiten te piesen; geen idee wat de vrouwen doen maar ik zag er niet een naar buiten komen om hetzelfde te doen.
We deden een stuk langer over de rit dan normaal. Er staat drie à vier uur voor maar ons kostte het er zeker vijf omdat we alsmaar stopten en er steeds weer geschoven en gepropt moest worden. Dat bleef de hele weg zo doorgaan. Tien eruit, twintig erin, en ook als ik dacht dat er nu echt niets meer bij kon, bleek het toch weer te kunnen. De instappers werden steeds authentieker; vrouwen in hun traditionele rode kleding en boertjes in vuile werkpakken. Eén stokoud mannetje stond wel twintig minuten lang vertederd naar me te kijken door zijn waterige oude oogjes. En ik heb zeker een half uur lang een baby van een jaar of één in mijn nek gehad. Ik moest me schrap zetten om te zorgen dat het kind niet naar beneden viel. Het sliep rustig door alle herrie en gewiebel heen.
Het meest bijzondere van alles was, dat vrijwel iedereen het geprop eerder hilarisch dan vervelend vond en het heel gelaten onderging. Kinderen gaven geen kik, oudjes hingen met een glimlach aan de handvatten. Volgens mij kwamen veel mensen hun dorpsgenoten tegen in de bus, ze stonden gezellig te kouten.
Na een heleboel stops was er een waarbij iedereen begon op te staan, Was dit Bahabise al? Ik herkende niets buiten, behalve opeens het gezicht van Bimsen, de projectcoördinator. Hij is ons voorgegaan naar Mero Niwas - liet mij sjouwen met mijn veel te zware plunjezak terwijl mijn lijf nog steeds aan het morren was. Hij vatte mijn probleem bondig samen: You have too many things.
Over het kinderhuis en de kinderen en onze trip naar de boerderij van Bimsen's ouders zal ik een andere keer vertellen.
Eerste schooldag
Een berichtje van twee dagen oud; heb nu pas weer even internet.
Vandaag was onze eerste dag op de Ketu Secondary School. We hadden ons voorgenomen om vooralsnog alleen te gaan kijken en meelopen in klassen, we hadden immers geen idee wat we konden verwachten.
Terwijl de kinderen op het schoolplein als een klein leger gedrild werden, hebben wij met Bhimsen in het kamertje van het schoolhoofd zitten wachten tot hij arriveerde. Mr. Lepcha kwam, ging achter zijn bureau zitten en begon een gesprek met Bhimsen, in het Nepalees. Wij zaten erbij en keken ernaar. Na een minuut of vijf zei het hoofd opeens: Where are you from?, vroeg hoe we heetten en schreef onze voornamen op. En hij gaf ons elk een boekje ter ere van het zilveren jubileum van de school (tekst bovenaan: 'Fear of the Lord is the beginning of wisdom'). Daarmee was de kous af en kletste hij weer verder met Bhimsen. Af en toe vielen er stiltes en dan leek het even of hij het woord tot ons zou gaan richten. Nee, toch maar niet. Ik zat ondertussen wat in het boekje te lezen, Ketu Souvenir, met bijdragen van leraren en leerlingen. Iedereen had mooie woorden over voor de eigen school en voor het belang van onderwijs. Één leraar zei het wel heel bloemrijk: 'We have watched transfixed as these delicate buds begin to unfold personhood.'
Na zeker een half uur stond Mr. Lepcha abrupt op, het leek wel of hij ons nu pas zag zitten. Tijd om de school te gaan bezichtigen. HIj heeft ons met enige trots langs alle lokalen geleid, niet meer dan hokken met een groot raam aan één kant, zonder glas, en ons in iedere klas voorgesteld. Alle kinderen moesten dan gaan staan, naar wie bleef zitten blafte hij bevelen; hij las onze namen van zijn spiekbriefje en toen dat niet lukte mochten we ze verder zelf zeggen.
Hoewel we in eerste instantie alleen wilden meekijken, heeft de principal ons na zijn rondleiding gedropt in een klas waarvan de leraar nog niet terug was van vakantie. Drie leraren ontbreken nog en van de kinderen is zo'n dertig procent nog niet komen opdagen. Of wij die klas maar iets over Nederland wilden vertellen, een half uurtje of zo. Daarna nog eens hetzelfde in een andere klas, die de computerleraar ons heel behulpzaam was komen toewijzen. We vroegen de kinderen wat ze nu voor les gehad zouden hebben als wij er niet waren geweest: computerles.
We hebben ons best gedaan onderhoudend te zijn, totaal onvoorbereid als we waren. Dus hebben we alle clichés van stal gehaald: hoe plat het bij ons is, dat we onder de zeespiegel wonen, over kaas en sinterklaas en fietsen. Toen we niks meer wisten te bedenken hebben we de kinderen vragen laten stellen. Ze zijn dat duidelijk niet gewend, we moesten uitleggen dat alle vragen zijn toegestaan en toen kwam een enkeling over de brug, heel schuchter. Of we getrouwd zijn, hoe oud we zijn, hoe onze ouders heten, wie onze beste vriendin is. Dat we geen van beiden getrouwd zijn is geloof ik nog wel het meest verbazingwekkende feit.
De kinderen gaan staan zodra je binnenkomt, soms dreunen ze iets op als 'Goodmorning miss'. Ze gaan pas weer zitten als jij het zegt. Als je de klas verlaat zingen ze een bedankriedeltje. Ze zijn aardig gedrild en kletsen af en toe wel in de les maar zijn meestal met één blik of vingerknip stil te krijgen. We hebben in nog wat andere klassen zitten meekijken; sommige leraren hebben de vaart er goed in en dreunen met veel routine een les op, andere staan maar wat met twee of drie kinderen te praten en laten de rest zijn gang gaan. Eén jongetje in een erg chaotische klas was verwoed bezig een in tweeën gescheurd briefje van vijf roepie met spuug weer aan elkaar te plakken. Het jongetje naast hem had in plaats van oorbelletjes twee touwtjes door zijn oren. Hun boeken lagen open bij een lesje over gesteenten, maar ik geloof niet dat iemand in dat uur iets heeft opgestoken. De juf van de kleuterschool was ontzettend lief met de kinderen in haar klas, die pas drie of vier jaar oud zijn en al de hele ochtend in hun bankjes moeten zitten en zelfs al leren schrijven.
De leraren spreken overwegend Nepalees in de klas, met af en toe een zinnetje in het Engels. Hun Engels is beter dan dat van de meeste Nepalezen, maar bepaald niet vlekkeloos. Het jubileumboekje staat vol tik- en spelfouten, kromme zinnen en gezwollen metaforen. Mijn redacteurenvingers jeuken en in sommige klassen jeukten zelfs mijn onderwijzersvingers.
Om kwart over twaalf ging de bel voor wat al de laatste les van de dag bleek te zijn. Ze beginnen kennelijk heel rustig aan. Gisteren zijn de kinderen ook maar een paar uurtjes naar school geweest, toen waren er pas drie leraren present. Na de lessen moet iedereen weer in slagorde staan op het schoolplein, een kwartslag draaien op commando en in de handen klappen. Daarna gaan de klassen een voor een langs een leraar die alle jongens stevig bij hun haren pakt en heen en weer schudt. Als de haren te lang zijn, krijgen ze een stevige draai om hun oren. De kinderen zetten zich schrap voor de klap en rennen dan lachend weg.
Morgen is er, twee dagen na de vakantie van een maand, geen school maar een public holiday. Een bevolkingsgroep in de Terai - een streek in het zuiden - heeft dan een of ander feest, dus het hele land doet mee en de kinderen blijven thuis. Om de haverklap wordt er iets gevierd waardoor alles stilligt. Onze echte vuurdoop als leraren laat dus weer even op zich wachten. In ieder geval hebben we nu de school gezien. De lesboeken die ons beloofd waren zijn er nog niet, die krijgen we overmorgen als we op school komen. Een kwartiertje voor de lessen starten. Dat is tijd genoeg om je lessen voor te bereiden, nietwaar?
O ja, de foto die ik laatst heb geplaatst van een schoolgebouw in Barhabise was verkeerd; dat is de overheidsschool. De onze is een private school, waarvoor de ouders schoolgeld moeten betalen. Ik zal binnenkort eens een nieuwe foto maken.
Vandaag was onze eerste dag op de Ketu Secondary School. We hadden ons voorgenomen om vooralsnog alleen te gaan kijken en meelopen in klassen, we hadden immers geen idee wat we konden verwachten.
Terwijl de kinderen op het schoolplein als een klein leger gedrild werden, hebben wij met Bhimsen in het kamertje van het schoolhoofd zitten wachten tot hij arriveerde. Mr. Lepcha kwam, ging achter zijn bureau zitten en begon een gesprek met Bhimsen, in het Nepalees. Wij zaten erbij en keken ernaar. Na een minuut of vijf zei het hoofd opeens: Where are you from?, vroeg hoe we heetten en schreef onze voornamen op. En hij gaf ons elk een boekje ter ere van het zilveren jubileum van de school (tekst bovenaan: 'Fear of the Lord is the beginning of wisdom'). Daarmee was de kous af en kletste hij weer verder met Bhimsen. Af en toe vielen er stiltes en dan leek het even of hij het woord tot ons zou gaan richten. Nee, toch maar niet. Ik zat ondertussen wat in het boekje te lezen, Ketu Souvenir, met bijdragen van leraren en leerlingen. Iedereen had mooie woorden over voor de eigen school en voor het belang van onderwijs. Één leraar zei het wel heel bloemrijk: 'We have watched transfixed as these delicate buds begin to unfold personhood.'
Na zeker een half uur stond Mr. Lepcha abrupt op, het leek wel of hij ons nu pas zag zitten. Tijd om de school te gaan bezichtigen. HIj heeft ons met enige trots langs alle lokalen geleid, niet meer dan hokken met een groot raam aan één kant, zonder glas, en ons in iedere klas voorgesteld. Alle kinderen moesten dan gaan staan, naar wie bleef zitten blafte hij bevelen; hij las onze namen van zijn spiekbriefje en toen dat niet lukte mochten we ze verder zelf zeggen.
Hoewel we in eerste instantie alleen wilden meekijken, heeft de principal ons na zijn rondleiding gedropt in een klas waarvan de leraar nog niet terug was van vakantie. Drie leraren ontbreken nog en van de kinderen is zo'n dertig procent nog niet komen opdagen. Of wij die klas maar iets over Nederland wilden vertellen, een half uurtje of zo. Daarna nog eens hetzelfde in een andere klas, die de computerleraar ons heel behulpzaam was komen toewijzen. We vroegen de kinderen wat ze nu voor les gehad zouden hebben als wij er niet waren geweest: computerles.
We hebben ons best gedaan onderhoudend te zijn, totaal onvoorbereid als we waren. Dus hebben we alle clichés van stal gehaald: hoe plat het bij ons is, dat we onder de zeespiegel wonen, over kaas en sinterklaas en fietsen. Toen we niks meer wisten te bedenken hebben we de kinderen vragen laten stellen. Ze zijn dat duidelijk niet gewend, we moesten uitleggen dat alle vragen zijn toegestaan en toen kwam een enkeling over de brug, heel schuchter. Of we getrouwd zijn, hoe oud we zijn, hoe onze ouders heten, wie onze beste vriendin is. Dat we geen van beiden getrouwd zijn is geloof ik nog wel het meest verbazingwekkende feit.
De kinderen gaan staan zodra je binnenkomt, soms dreunen ze iets op als 'Goodmorning miss'. Ze gaan pas weer zitten als jij het zegt. Als je de klas verlaat zingen ze een bedankriedeltje. Ze zijn aardig gedrild en kletsen af en toe wel in de les maar zijn meestal met één blik of vingerknip stil te krijgen. We hebben in nog wat andere klassen zitten meekijken; sommige leraren hebben de vaart er goed in en dreunen met veel routine een les op, andere staan maar wat met twee of drie kinderen te praten en laten de rest zijn gang gaan. Eén jongetje in een erg chaotische klas was verwoed bezig een in tweeën gescheurd briefje van vijf roepie met spuug weer aan elkaar te plakken. Het jongetje naast hem had in plaats van oorbelletjes twee touwtjes door zijn oren. Hun boeken lagen open bij een lesje over gesteenten, maar ik geloof niet dat iemand in dat uur iets heeft opgestoken. De juf van de kleuterschool was ontzettend lief met de kinderen in haar klas, die pas drie of vier jaar oud zijn en al de hele ochtend in hun bankjes moeten zitten en zelfs al leren schrijven.
De leraren spreken overwegend Nepalees in de klas, met af en toe een zinnetje in het Engels. Hun Engels is beter dan dat van de meeste Nepalezen, maar bepaald niet vlekkeloos. Het jubileumboekje staat vol tik- en spelfouten, kromme zinnen en gezwollen metaforen. Mijn redacteurenvingers jeuken en in sommige klassen jeukten zelfs mijn onderwijzersvingers.
Om kwart over twaalf ging de bel voor wat al de laatste les van de dag bleek te zijn. Ze beginnen kennelijk heel rustig aan. Gisteren zijn de kinderen ook maar een paar uurtjes naar school geweest, toen waren er pas drie leraren present. Na de lessen moet iedereen weer in slagorde staan op het schoolplein, een kwartslag draaien op commando en in de handen klappen. Daarna gaan de klassen een voor een langs een leraar die alle jongens stevig bij hun haren pakt en heen en weer schudt. Als de haren te lang zijn, krijgen ze een stevige draai om hun oren. De kinderen zetten zich schrap voor de klap en rennen dan lachend weg.
Morgen is er, twee dagen na de vakantie van een maand, geen school maar een public holiday. Een bevolkingsgroep in de Terai - een streek in het zuiden - heeft dan een of ander feest, dus het hele land doet mee en de kinderen blijven thuis. Om de haverklap wordt er iets gevierd waardoor alles stilligt. Onze echte vuurdoop als leraren laat dus weer even op zich wachten. In ieder geval hebben we nu de school gezien. De lesboeken die ons beloofd waren zijn er nog niet, die krijgen we overmorgen als we op school komen. Een kwartiertje voor de lessen starten. Dat is tijd genoeg om je lessen voor te bereiden, nietwaar?
O ja, de foto die ik laatst heb geplaatst van een schoolgebouw in Barhabise was verkeerd; dat is de overheidsschool. De onze is een private school, waarvoor de ouders schoolgeld moeten betalen. Ik zal binnenkort eens een nieuwe foto maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)