zaterdag 5 november 2011

Bhai-tika

Er vallen grote gaten in mijn verslaggeving, het is niet te vermijden. Aan het verhaal over ons verblijf op de boerderij van Bhimsen's ouders, alweer ruim een week geleden, kom ik denk ik niet meer toe. Ik kan wel een paar fotootjes plaatsen en jullie verwijzen naar de blog van Inge. Die heeft het allemaal heel mooi opgeschreven vandaag. De link naar haar website staat in de rechter balk.

De boerderij.

Mijn bedstee, gelukkig zonder bedwantsen. Inge is minder gelukkig. 100 bulten!

Godzijdank lopen er een paar nieuwsgierige kinderen rond want het is er verpletterend saai. Kan ik mooi alvast een beetje oefenen met lesgeven.

Een familielid frituurt ronde roti, een soort donut, maar dan speciaal voor Tihar en een stuk minder smakelijk.

Moeder en dochter malen bonen voor de daal.

Bhimsen's halfbroer (die man van wie ik me laatst afvroeg of het misschien zijn vader was) scheert zich voor de tikaceremonie en trekt daarna zijn mooiste kleren aan.

De vrouwen geven ons een tika, eigenlijk alleen bedoeld voor broers, maar vandaag ook voor de gasten.

Het staatsieportret met de hele familie.

Ik met mijn tikka.

En de schalen met heerlijkheden die ik gekregen heb. Brokken suiker, roti, koekjes, snoep, fruit, kokos en zelfs een gebakken ei!

De vrouwen van het gezin.

Bhimsen's moeder met haar kleindochter.

Ons staatsieportret met Bhimsen.

Ama heeft het avondeten klaar.

Het uitzicht vanaf de veranda.

woensdag 2 november 2011

Tweehonderd Nepalezen en één bus

Nog een inhaalstukje.

Donderdag de 29e, al heel vroeg in de ochtend, heeft Bharat ons van ons hotel in Kathmandu opgehaald en naar Ratna Park bus station gebracht. We zouden eindelijk naar Barhabise reizen, een bestemming waar we inmiddels best naar uitgekeken hadden. Ik voelde me niet al te best, was de avond tevoren steeds misselijker geworden en moest er 's nachts twee keer uit om alles wat ik gegeten had er weer uit te gooien. Bharat keek niet minder dan beteuterd toen hij hoorde dat ik ziek was. Het was ook niet het beste moment; de lokale bus waarmee we zouden reizen beloofde erg vol te zijn vanwege tihar. Hij heeft zich erg ingespannen om stoelen voorin voor ons te bemachtigen en zelfs een extra stoel naast de mijne voor mijn plunjezak. Ratna Park is een chaos. Alle bussen staan er kriskras door elkaar en overal lopen mensen te zoeken en te leuren met bagage.


Ik weet niet of we zonder Bharat onze bus gevonden zouden hebben. Hij heeft ons helemaal geïnstalleerd en uitgezwaaid; vlak daarna liep de bus vol mensen tot er geen plekje meer vrij was. Dat dacht ik althans, tot we, bijna de stad uit, keer op keer stopten om nog meer mensen mee te nemen. Afgeladen is nog zwak uitgedrukt. Alle stoelen waren bezet, het gangpad stond stampvol tot pal naast de chauffeur en toen we de politieposten eenmaal voorbij waren gingen de jonge mannen die binnen hadden gestaan op het dak, een stuk of twintig toch zeker, en konden er uiteraard binnen weer nieuwe mensen bij. Mannen, vrouwen, kinderen, stokoude besjes, manden, tassen, balen. Alles werd naar binnen gepropt en nog verder naar binnen gepropt. Al gauw zat ik klemvast in mijn stoel, bedolven onder tassen, kinderen en vrouwen die over mijn plunjezak hingen. Eén lag me zo bijna de hele weg zo'n beetje aan te kijken. Ze had een hard, onvriendelijk gezicht en ik voelde me niet al te behaaglijk onder haar blikken. Na een uur of anderhalf moest ik zo nodig naar de wc dat ik al helemaal zat te bedenken hoe ik onder alle tassen iets zou proberen met een plastic zakje, toen er opeens gestopt werd in de berm. Ik heb me losgescheurd van mijn plek en ben over alles heen naar de deur en naar buiten geklommen. Er stonden alleen mannen buiten te piesen; geen idee wat de vrouwen doen maar ik zag er niet een naar buiten komen om hetzelfde te doen.




We deden een stuk langer over de rit dan normaal. Er staat drie à vier uur voor maar ons kostte het er zeker vijf omdat we alsmaar stopten en er steeds weer geschoven en gepropt moest worden. Dat bleef de hele weg zo doorgaan. Tien eruit, twintig erin, en ook als ik dacht dat er nu echt niets meer bij kon, bleek het toch weer te kunnen. De instappers werden steeds authentieker; vrouwen in hun traditionele rode kleding en boertjes in vuile werkpakken. Eén stokoud mannetje stond wel twintig minuten lang vertederd naar me te kijken door zijn waterige oude oogjes. En ik heb zeker een half uur lang een baby van een jaar of één in mijn nek gehad. Ik moest me schrap zetten om te zorgen dat het kind niet naar beneden viel. Het sliep rustig door alle herrie en gewiebel heen.

Het meest bijzondere van alles was, dat vrijwel iedereen het geprop eerder hilarisch dan vervelend vond en het heel gelaten onderging. Kinderen gaven geen kik, oudjes hingen met een glimlach aan de handvatten. Volgens mij kwamen veel mensen hun dorpsgenoten tegen in de bus, ze stonden gezellig te kouten.
Na een heleboel stops was er een waarbij iedereen begon op te staan, Was dit Bahabise al? Ik herkende niets buiten, behalve opeens het gezicht van Bimsen, de projectcoördinator. Hij is ons voorgegaan naar Mero Niwas - liet mij sjouwen met mijn veel te zware plunjezak terwijl mijn lijf nog steeds aan het morren was. Hij vatte mijn probleem bondig samen: You have too many things.

Over het kinderhuis en de kinderen en onze trip naar de boerderij van Bimsen's ouders zal ik een andere keer vertellen.

Eerste schooldag

Een berichtje van twee dagen oud; heb nu pas weer even internet.

Vandaag was onze eerste dag op de Ketu Secondary School. We hadden ons voorgenomen om vooralsnog alleen te gaan kijken en meelopen in klassen, we hadden immers geen idee wat we konden verwachten.
Terwijl de kinderen op het schoolplein als een klein leger gedrild werden, hebben wij met Bhimsen in het kamertje van het schoolhoofd zitten wachten tot hij arriveerde. Mr. Lepcha kwam, ging achter zijn bureau zitten en begon een gesprek met Bhimsen, in het Nepalees. Wij zaten erbij en keken ernaar. Na een minuut of vijf zei het hoofd opeens: Where are you from?, vroeg hoe we heetten en schreef onze voornamen op. En hij gaf ons elk een boekje ter ere van het zilveren jubileum van de school (tekst bovenaan: 'Fear of the Lord is the beginning of wisdom'). Daarmee was de kous af en kletste hij weer verder met Bhimsen. Af en toe vielen er stiltes en dan leek het even of hij het woord tot ons zou gaan richten. Nee, toch maar niet. Ik zat ondertussen wat in het boekje te lezen, Ketu Souvenir, met bijdragen van leraren en leerlingen. Iedereen had mooie woorden over voor de eigen school en voor het belang van onderwijs. Één leraar zei het wel heel bloemrijk: 'We have watched transfixed as these delicate buds begin to unfold personhood.'
Na zeker een half uur stond Mr. Lepcha abrupt op, het leek wel of hij ons nu pas zag zitten. Tijd om de school te gaan bezichtigen. HIj heeft ons met enige trots langs alle lokalen geleid, niet meer dan hokken met een groot raam aan één kant, zonder glas, en ons in iedere klas voorgesteld. Alle kinderen moesten dan gaan staan, naar wie bleef zitten blafte hij bevelen; hij las onze namen van zijn spiekbriefje en toen dat niet lukte mochten we ze verder zelf zeggen.
Hoewel we in eerste instantie alleen wilden meekijken, heeft de principal ons na zijn rondleiding gedropt in een klas waarvan de leraar nog niet terug was van vakantie. Drie leraren ontbreken nog en van de kinderen is zo'n dertig procent nog niet komen opdagen. Of wij die klas maar iets over Nederland wilden vertellen, een half uurtje of zo. Daarna nog eens hetzelfde in een andere klas, die de computerleraar ons heel behulpzaam was komen toewijzen. We vroegen de kinderen wat ze nu voor les gehad zouden hebben als wij er niet waren geweest: computerles.
We hebben ons best gedaan onderhoudend te zijn, totaal onvoorbereid als we waren. Dus hebben we alle clichés van stal gehaald: hoe plat het bij ons is, dat we onder de zeespiegel wonen, over kaas en sinterklaas en fietsen. Toen we niks meer wisten te bedenken hebben we de kinderen vragen laten stellen. Ze zijn dat duidelijk niet gewend, we moesten uitleggen dat alle vragen zijn toegestaan en toen kwam een enkeling over de brug, heel schuchter. Of we getrouwd zijn, hoe oud we zijn, hoe onze ouders heten, wie onze beste vriendin is. Dat we geen van beiden getrouwd zijn is geloof ik nog wel het meest verbazingwekkende feit.
De kinderen gaan staan zodra je binnenkomt, soms dreunen ze iets op als 'Goodmorning miss'. Ze gaan pas weer zitten als jij het zegt. Als je de klas verlaat zingen ze een bedankriedeltje. Ze zijn aardig gedrild en kletsen af en toe wel in de les maar zijn meestal met één blik of vingerknip stil te krijgen. We hebben in nog wat andere klassen zitten meekijken; sommige leraren hebben de vaart er goed in en dreunen met veel routine een les op, andere staan maar wat met twee of drie kinderen te praten en laten de rest zijn gang gaan. Eén jongetje in een erg chaotische klas was verwoed bezig een in tweeën gescheurd briefje van vijf roepie met spuug weer aan elkaar te plakken. Het jongetje naast hem had in plaats van oorbelletjes twee touwtjes door zijn oren. Hun boeken lagen open bij een lesje over gesteenten, maar ik geloof niet dat iemand in dat uur iets heeft opgestoken. De juf van de kleuterschool was ontzettend lief met de kinderen in haar klas, die pas drie of vier jaar oud zijn en al de hele ochtend in hun bankjes moeten zitten en zelfs al leren schrijven.
De leraren spreken overwegend Nepalees in de klas, met af en toe een zinnetje in het Engels. Hun Engels is beter dan dat van de meeste Nepalezen, maar bepaald niet vlekkeloos. Het jubileumboekje staat vol tik- en spelfouten, kromme zinnen en gezwollen metaforen. Mijn redacteurenvingers jeuken en in sommige klassen jeukten zelfs mijn onderwijzersvingers.
Om kwart over twaalf ging de bel voor wat al de laatste les van de dag bleek te zijn. Ze beginnen kennelijk heel rustig aan. Gisteren zijn de kinderen ook maar een paar uurtjes naar school geweest, toen waren er pas drie leraren present. Na de lessen moet iedereen weer in slagorde staan op het schoolplein, een kwartslag draaien op commando en in de handen klappen. Daarna gaan de klassen een voor een langs een leraar die alle jongens stevig bij hun haren pakt en heen en weer schudt. Als de haren te lang zijn, krijgen ze een stevige draai om hun oren. De kinderen zetten zich schrap voor de klap en rennen dan lachend weg.
Morgen is er, twee dagen na de vakantie van een maand, geen school maar een public holiday. Een bevolkingsgroep in de Terai - een streek in het zuiden - heeft dan een of ander feest, dus het hele land doet mee en de kinderen blijven thuis. Om de haverklap wordt er iets gevierd waardoor alles stilligt. Onze echte vuurdoop als leraren laat dus weer even op zich wachten. In ieder geval hebben we nu de school gezien. De lesboeken die ons beloofd waren zijn er nog niet, die krijgen we overmorgen als we op school komen. Een kwartiertje voor de lessen starten. Dat is tijd genoeg om je lessen voor te bereiden, nietwaar?

O ja, de foto die ik laatst heb geplaatst van een schoolgebouw in Barhabise was verkeerd; dat is de overheidsschool. De onze is een private school, waarvoor de ouders schoolgeld moeten betalen. Ik zal binnenkort eens een nieuwe foto maken.

woensdag 26 oktober 2011

Turbo-sightseeing

Het is de derde dag van Tihar, het lichtjesfeest; dit is de dag van de koeien. Die dieren zijn altijd al heilig en kuieren gewoon tussen het verkeer op straat, maar vandaag worden ze extra in de watten gelegd. We zagen vanochtend bijvoorbeeld een koe die meel met munten erin te eten kreeg. Normaal gesproken worden de kraaien en de honden op de eerste en de tweede dag van het festival geëerd, maar dit jaar vielen die dagen samen. Er lopen sinds gisteren heel wat honden rond met een bloemenkrans om hun nek en een tika (rode stip) op hun voorhoofd. Ook de ontzettend schurftige zwerfhonden die leven van het afval dat langs de straten opgehoopt ligt.

De koe die munten eet.

Ik was vanochtend samen met Inge al heel vroeg op weg naar de apentempel, Swayambunath, op een heuvel aan de oostkant van de stad, toen een hond achter ons aan begon te lopen en niet meer weg te krijgen was. Hij volgde ons op de voet tot bijna helemaal bij de poort naar de tempel en we werden er een beetje zenuwachtig van. Gelukkig werd hij uiteindelijk afgeleid door de drukte rond de poort. Toen we bijna alle trappen beklommen hadden werden we aangehouden door een streng kijkend mannetje; toeristen moeten entree betalen. Ik liet mijn vrijwilligerspas zien en die heeft hij wel tien minuten besluiteloos staan bestuderen terwijl wij zittend op een bankje afwachtten of hij ons korting zou geven. Inge toverde daarna nog een ander interessant uitziend pasje tevoorschijn en toen mocht zij opeens gratis naar binnen; ik moest gewoon betalen.
Swayambunath is een mengeling van boeddhistische en hindoeïstische tempels en beelden. Het wordt de apentempel genoemd omdat er een hele kolonie apen huist. Eerst zagen we er maar een paar en probeerden ermee op de foto te gaan. Dat lukte maar half want we durfden er niet te dichtbij te gaan staan. Verderop zagen we waar de rest van het stel zat: opeens rende een enorme troep apen onze kant op zodat we er aan alle kanten door omringd werden. Dat vonden we weer van veel van het goeie want ze zijn niet echt aaibaar.




Op zoek naar drie enorme gouden beelden aan de andere kant van het complex kregen we hulp van twee boeddhistische monniken, die in het klooster op de heuvel wonen en een wandeling om de tempel aan het maken waren. Zij wisten wel een goeie shortcut en zo kwamen we al snel bij de beelden uit, die echt reusachtig zijn. Het was heerlijk rustig in het parkje eromheen maar onze magen knorden intussen; we hadden nog niet ontbeten. We besloten een taxi te nemen naar de grote stoepa van Bouddhanath, waar cafés met mooie dakterrassen zijn. De onderhandelingen met taxichauffeurs gingen alleen niet bepaald soepel. Toen er een wrakkige microbus langskwam met een mannetje erin dat 'bouddha, bouddha' riep, zijn we zonder nadenken ingestapt. Die dingen vervoeren doorgaans alleen locals; telkens als er nieuwe passagiers bij kwamen zag je hun verbazing om die twee westerse vrouwen in hun koekblik. We hebben de halve stad gezien - wat een chaos - en begonnen ons af te vragen of we de bestemming wel goed begrepen hadden. Tot de portierman naar ons gebaarde. Ik dacht dat we eruit moesten maar hij zei droog: 'money'. Of we maar wilden betalen. Vijftig cent kostte het met z'n tweeën en een paar minuten later werden we keurig voor de ingang naar Boudhanath gedropt.

In de microbus.

Ik ben daar vorig jaar ook geweest, het is een geweldige plek. Niet in de laatste plaats omdat je er even bevrijd bent van de niet aflatende stroom taxi's en brommers die de rest van de stad terroriseren. We zijn helemaal om de stoepa heen gelopen, hebben ontbeten met Tibetaanse omelet en heerlijke koffie en kwamen daarna in de achterafstraatjes langs twee boeddhistische kloosters met gompa's, rijk versierde tempels waar de monniken hun puja's (gebedsdiensten) houden. Bij het tweede klooster kwam er een westerse monnik naar ons toe, een Amerikaan die de helft van het jaar hier is, de andere helft in de VS. Hij vroeg of de in de gompa wilden kijken en wenkte een jonge monnik om ons erin te laten.
Het bleek te gaan om het grootste boeddhabeeld van Nepal en het was een bijzondere ervaring om daar opeens voor te staan in die verlaten gompa. We waren er stil van maar de jongen die voor ons had opengedaan had wel zin in een praatje. Hij was negentien, zat al negen jaar in het klooster en kwam oorspronkelijk uit Jomsom. Het tweede huis naast het vliegveld, zei hij, toen hij hoorde dat ik daar geweest ben, daar was hij opgegroeid. En hij vertelde dat ze in het klooster Engels leren, en Nepalees, Chinees, Hindi en nog een paar talen. Na drie jaar Chinese les sprak hij dat nu al beter dan Engels na zeven jaar les in die taal, zei hij. Chinees is namelijk heel makkelijk. Toen we afscheid namen vroeg ik zijn naam - Kurga. Hij zei dat we altijd terug mochten komen.



Het was nog best vroeg maar we hadden wel even genoeg cultuur en religie gesnoven. Na een colaatje op een van de dakterrassen met uitzicht op de grote stoepa zijn we per taxi terug naar het hotel gegaan. Dat ging ook weer niet vanzelf. Tot twee keer toe moest de chauffeur onder de motorkap duiken omdat zijn barrel afsloeg en niet meer wilde starten. Het went al aardig, dat tempo hier. Zolang je maar altijd rekening houdt met het onverwachte en bereid bent je te laten verrassen. En het belangrijkste van alles: laat vooral je horloge thuis.

dinsdag 25 oktober 2011

Zoek de zon op

Hierbij de beloofde zonsopgang.




Tihar

Het belangrijke hindoefeest Tihar is in volle gang. Ons hotel in Kathmandu (waar we sinds vanmiddag weer terug zijn) heeft daarstraks alvast wat versieringen opgehangen. Jammer dat de kamers binnen niet net zo mooi en feestelijk zijn. De onze is echt een gribus. Vorige week hadden we een andere kamer en mijn bed daar rook alsof een lijk er drie dagen in had liggen rotten. Later ontdekte ik dezelfde geur op meer plaatsen in de stad; waarschijnlijk is het een insecten verdelgend middel en dat vind ik een net iets draaglijker gedachte dan die vorige. Al blijven de kakkerlakken vrolijk rondwandelen.


Ik moet er maar aan wennen, ons onderkomen in Barhabise zal waarschijnlijk niet veel beter zijn. Het is Bharat wel gelukt ons in een appartement vlak bij Mero Niwas onder te brengen in plaats van in het guesthouse met de mierensnelweg en de overlopende wc. We krijgen twee kamers in huis bij een Nepalees gezin. Het toilet en misschien ook de badkamer zullen we met ze moeten delen. Hoe dat zal bevallen weet ik nog niet, maar het wordt in elk geval een stuk persoonlijker dan het guesthouse. De eerste nacht op onze werkplek brengen we overigens niet daar door, maar in het traditionele boerderijtje van Bimsen's ouders, bovenop de berg. Inge en ik zijn uitgenodigd om overmorgen bij hen Tihar te komen vieren.

Morgen nog een laatste vrije dag in Kathmandu. Ik ga denk ik eindelijk die apentempel maar eens bekijken.

zondag 23 oktober 2011

In en om Pokhara

Gisterenmiddag zijn we na een lange busreis aangekomen in de tweede stad van Nepal, Pokhara. Het is een plek waarover alle reisgidsen roepen dat het zo'n relaxte uitstraling heeft. Ik ben het daar niet mee eens; word zelf een beetje depri van de dolgedraaide toeristenindustrie hier. We zijn vanochtend om half vijf opgestaan om de zonsopgang te gaan bewonderen bij Sarangkot. Deze is legendarisch, omdat vlak achter Pokhara de achtduizend meter hoge pieken van het Annapurna-massief liggen, met Machapuchare ofwel Fishtail als belangrijkste blikvanger. Toegegeven, het is een mooie berg. Maar als je taxibusje dan in alle vroegte aankomt bij de parkeerplaats voor het uitzichtpunt, staan daar een kaartjesverkoper en honderd andere taxibusjes vol met net zo vroege vogels, die allemaal hetzelfde willen als jij. Je wordt en masse door een steeg vol souvenirwinkeltjes geleid en staat vervolgens met z'n allen drie kwartier klappertandend de zon achter de horizon vandaan te wensen, camera's in de aanslag. En als het grote moment dan aanbreekt roept iedereen oh en ah alsof ze nog nooit eerder het ochtendgloren hebben meegemaakt.
Het is wel mooi hoor, dat donkere silhouet boven een landschap dat langzaam steeds meer detail prijsgeeft. Maar romantiek en privacy zijn ver te zoeken. En door alle opgestoken armen met camera's mis je bijna het hele schouwspel. De helft van de toeschouwers maakt het gebeuren sowieso hoogstens indirect mee, turend op hun display. Hoe deden we dat toch voordat we camera's kregen? Wat moet het toen magisch geweest zijn, die zonsopgang boven Sarangkot. Gewoon zitten en kijken, verder niks. Schitterend, denk ik.


Na deze happening - het was nog steeds erg vroeg - hebben we een wandeling gemaakt in de omgeving. Een landschap van mistige heuvels en rijstvelden, met hier en daar kleine, eenvoudige boerderijtjes. We ontmoetten veel kindjes in uniform, op weg naar school, en ook kinderen die niet naar school gaan, maar op het land werken of uit bedelen worden gestuurd. Er komen hier erg veel toeristen, en dat is aan deze kinderen goed te merken. 'Give me chocolate,' luidt de openingszin steevast. En daarna: 'Give me money.' Of ze smeken je een foto van ze te maken, natuurlijk in ruil voor geld. 'Where you from?' 'What your name?' 'You take picture please?' Zelfs een paar volwassen vrouwen deden dat. En ze namen gretig de lege plastic waterfles aan die we als afval meedroegen. Een paar kleine jongetjes kwamen met: 'You like marihuana?' maar ik denk (en hoop) dat dat meer bluf was dan verkooptechniek.
Terug in Pokhara probeerde ik in een van de vele toeristenwinkeltjes een dunne katoenen broek te vinden; het is hier erg warm. Tevergeefs, want overal hangt dezelfde hippietroep waar buitenlanders die al veel te lang van huis zijn in lopen, liefst in combinatie met een bos rastahaar en een neusbel. In zo'n outfit zul je geen enkele Nepalees zien maar het hoort wel helemaal bij de cultuur van verwilderde globetrotters die hier een tijdje blijven plakken en in Pokhara hun hart kunnen ophalen in het New Amsterdam Cafe, Pokhara Pizza House, Big Bites Fast Food of Mike's Restaurant terwijl ze stoere verhalen uitwisselen met andere wereldburgers. Ik word er persoonlijk een beetje moe van. Het heeft niet veel met Nepal te maken. Of misschien ook wel, want dit land moet het nu eenmaal het voor een groot deel van toeristen hebben. En die zijn stuk voor stuk steenrijk, dus waarom zou je niet je prachtige, unieke zonsopgang duur aan ze verkopen?

Foto's van de toch wel mooie zonsopgang volgen als we weer in Kathmandu zijn; ik heb het snoertje van mijn camera daar laten liggen.

Naschrift:
Terwijl Inge en ik een kopje koffie zaten te drinken op een terras, kwam een stoet demonstranten voorbij in de belangrijkste toeristenstraat van Pokhara. Allemaal vrouwen in traditionele kleding. Ze droegen een spandoek dat ik niet kon ontcijferen, maar volgens Sunita ging het om een protest tegen westerse liederlijkheid. Vooral Israelische toeristes schijnen er erg bloot bij te lopen en hoewel het tonen van je buik hier doodnormaal is, of het geven van borstvoeding midden op straat, zijn blote schouders en korte rokjes uit den boze.


Zelf heb ik een heel keurig traditioneel Nepalees kledingstuk gekocht, decent met lange mouwen en slechts een klein splitje bij de hals. Kijk maar. En nu maar hopen dat ik erin blijf passen, want ik eet drie warme maaltijden per dag.