dinsdag 13 december 2011

Zon en maan (en misschien binnenkort een bril, deel 2)

De maan komt iedere heldere avond tegen achten achter de berg uit piepen. En na zo'n heldere nacht hopen we steeds op een mooie, zonnige dag, maar de afgelopen twee ochtenden waren echt steenkoud. Het duurt zeker tot een uur of 11 voordat de zon tevoorschijn komt en het buiten een beetje uit te houden is. De kinderen eten nog steeds op het plaatsje achter het huis, in de open lucht. Ze staan 's ochtends net als wij te rillen - O miss, it is so much cold today! - maar er is in de keuken niet genoeg plaats voor iedereen. Die zou er wel zijn als eindelijk de kapotte bank vervangen zou worden maar dat is, zoals elke noodzakelijke aanschaf, een proces van maanden. Sommigen maakt het niks uit, Binda zit nog rustig buiten met blote armen terwijl de stoomwolkjes uit onze monden komen en ook de oudere jongens vinden binnen zitten omdat het koud is niet stoer. Maar er komen wel steeds meer mutsen en handschoenen en sjaals tevoorschijn. We hopen maar dat het niet veel kouder wordt want binnen is het inmiddels ook niet meer al te aangenaam.

Zaterdagavond waren we getuige van een volledige maansverduistering.


Hier is hij al bijna weg.


De krant had de volgende dag iets betere foto's.

Zondagavond hebben de kinderen 's avonds achter het huis een fikkie gestookt. Lekker warm. Al hielden wij ons hart vast voor hun synthetische jacks en trainingsbroeken die akelig dicht bij de vlammen kwamen.



's Avonds heb ik bij Bhimsen weer de bril voor Rajesh aangekaart. Ik heb hem het recept van de opticiën laten zien en hij reageerde heel begaan. Ja, een bril was inderdaad nodig. 'Is er budget voor brillen?' vroeg ik quasi onnozel. Nee, was het antwoord, daar is geen budget voor. En er is nu geen geld, ik zal het van het salaris af moeten houden. Wiens salaris zei hij er niet bij maar hij keek heel getroubleerd. En hij verzekerde me dat hij het nog deze week zou regelen.
De volgende middag zagen Inge en ik Bhimsen lopen in het dorp. Hij kwam ons tegemoet, een rood pakketje in zijn hand. Zodra hij ons zag, verdween het achter zijn rug. 'Where are you going?' klonk zijn standaardvraag. Ik dacht eerst dat hij een doos chocola gekocht had, maar na een paar minuten kwam het pakketje onopvallend achter zijn rug vandaan en zag ik dat het een nieuwe mobiel was. Met dat krappe budget valt het dus ook wel weer mee. Bhimsen en zijn mobiel zijn onafscheidelijk: het ding kondigt steevast zijn komst aan doordat hij er altijd muziek op afspeelt. Het is een geluid waar de kinderen helemaal gespitst op zijn.
Later zat hij met zijn nieuwe aankoop in de groene kamer, een paar kinderen hingen om hem heen om te kunnen meekijken op het schermpje. We wisten niet zeker of het zijn oude mobiel was, of de nieuwe. Inge heeft Sirjana langs haar neus weg gevraagd of het een nieuwe telefoon was die Bhimsen daar had, want ze hoorde allemaal nieuwe muziek? Ja, hij was nieuw. Was de oude kapot? Nee, was het antwoord, de oude had Bhimsens vriend Bibek nodig (de jongen met de schrille stem).
Het is een zoveelste incident in een eindeloze reeks. Inge en ik weten natuurlijk niks zeker, maar we hebben keer op keer hetzelfde niet-pluisgevoel. Tijdens de evaluatie hebben we het gedrag van Bhimsen uitgebreid aangekaart bij Bharat maar voor zover we weten worden er nog geen maatregelen genomen. Evenmin weten we in hoeverre Bharat Rene op de hoogte stelt. Maar als Rajesh deze week zijn bril niet krijgt, en reken maar dat ik ga zeuren en zaniken, dan gaat er weer een mail naar Rene. Die bril zal er komen, al is het het laatste wat ik hier doe.

zondag 11 december 2011

Wentelteefjes en chocopasta en hopelijk binnenkort een bril

Zaterdag 10 december 2011

De kinderen van Mero Niwas eten iedere dag daal baat, 's ochtends en 's avonds. Als lunch krijgen ze vaak een pak flauwe koekjes mee naar school, of een zakje droge noedels. Wij eten de daal baat met ze mee en gek genoeg ben ik het nog steeds niet zat, zo iedere dag hetzelfde. Ik had het zelfs een beetje gemist na onze trip naar Chitwan en Kathmandu.

Daal baat: rijst, linzensaus, aloo, tarkari en soms pickle.

Toch wilden we de kinderen graag eens wat anders laten proeven. Al een week of wat geleden hebben Inge en ik in de stad wat spullen gekocht waarmee we een keer een lunch wilden organiseren van dingen die ze nog nooit gegeten hebben: Boterhammen met pindakaas, chocopasta en jam. En wentelteefjes. De chocopasta kost hier wel een fortuin maar vooruit, voor die ene keer kon het best.
Vanochtend hebben we Rajesh, de oudste jongen, meegevraagd naar het dorp om eieren en melk met ons te gaan kopen. En, bij gebrek aan beter, voorverpakt brood van dubieuze versheid dat er niet al te smakelijk uitzag. De melk trek je hier niet zomaar uit het koelvak van de AH, daarvoor moesten we naar een 'dairy' aan de andere kant van het dorp. We moesten een hele tijd buiten wachten terwijl een mannetje binnen de melk voor ons ging halen. Uiteindelijk kwam hij tevoorschijn met drie plastic zakjes lauwe melk, dichtgebonden met een elastiekje. Misschien kwam de melk wel recht uit de koe maar de hele procedure speelde zich achter gesloten deuren af, dus wie zal het zeggen. Je kunt je hier sowieso maar beter niet afvragen hoe het voedsel dat je op je bord krijgt bewaard en bereid is. Tegenover de dairy zat een groepje mensen verwoed op het bloederige karkas van een koe in te hakken, gewoon aan de straat. De kaak met tanden lag nog tussen de hompen vlees te blinken.

Op weg naar huis zijn we in ons straatje nog even bij het brillenwinkeltje langsgegaan. Kritan moest daar vandaag met zijn moeder naartoe voor een oogmeting en we kwamen ze daar toevallig tegen. Ik weet zeker dat Rajesh ook een bril nodig heeft maar hoe vaak Inge en ik dat ook al voorzichtig bij Bhimsen hebben aangekaart, hij doet niets. Rene van Stichting Veldwerk heeft me verteld dat er budget zou moeten zijn. Ik zou zelf een bril voor Rajesh betalen als er echt geen geld was, maar daarvan ben ik niet overtuigd; onlangs is er ook internet aangeschaft en de enige die er gebruik van maakt is Bhimsen. Als daar geld voor is, moet het met die bril ook wel lukken. Met de meting van de opticiën in de hand kan ik de druk op Bhimsen opvoeren. Als er budget is, is het zijn taak te zorgen dat er een bril komt; als ik die betaal (en veel kost het niet), komt hij er veel te gemakkelijk vanaf.
Een oogmeting bleek maar honderd roepie te kosten (1 euro) en ik heb Rajesh meteen aangemeld. Zijn ogen waren nog nooit gemeten, ook al knijpt hij overduidelijk en moet hij ver voorover buigen om de UNO-kaarten te kunnen zien. De opticiën nam de tijd voor zijn meting en vatte toen hij weer achter zijn gordijn vandaan kwam de toestand van Rajesh' ogen bondig samen: 'No vision.' De jongen blijkt aan beide ogen -2,5 te hebben. Hij kan op school het bord zeer zeker niet lezen.
Tegen lunchtijd zijn we begonnen met het maken van de wentelteefjes. Rajesh wilde wel helpen, die houdt van koken. Dat 'koken' stelde in dit geval natuurlijk niet veel voor, wentelteefjes maken kan een kind. Maar de pannen die we tot onze beschikking hadden maakten het toch nog een hele toer. Van de ene was de steel los, zodat het hele ding telkens omkiepte, en de andere hád niet eens steel. Geen idee hoe de aunties zich daarmee redden. Auntie Mahadevi stond er aanvankelijk fronsend bij terwijl wij stonden te kliederen. Ze vond het maar niks. De meeste kinderen, die even nieuwsgierig hadden staan kijken, waren al nergens meer te bekennen. En Rajesh deed erg zijn best om ons te helpen maar had er zo te zien ook al niet veel fiducie meer in. Na wat geworstel met het falende keukengerei lukte het ons gelukkig toch nog om acceptabele wentelteefjes te bakken en ze waren nog lekker ook. We probeerden de kinderen ermee te lokken maar ze bleven sceptisch kijken. Een paar wilden ze niet eten omdat er ei in zat en zij vegetariër zijn. Govinda was geloof ik zelfs bang om in ons eten op kuikentjes te stuiten. Het beloofde allemaal weinig goeds en we zagen onze lunch al bijna op een mislukking uitdraaien.

Rajesh helpt de eieren breken.

Auntie Mahadevi kan het niet meer aanzien en komt helpen met de toast.

Na wat aandringen durfden een paar kinderen te proeven. Mmm, toch wel lekker! En dan hadden ze nog niet eens al het andere speciale beleg geproefd! Toen we van het brood eenmaal een enorme stapel toast hadden gemaakt en iedereen bij elkaar getrommeld (een paar zaten nog buiten in een boom), barstte een waar pindakaas-, jam- en chocopastafestijn los. Iedereen dromde om de tafel heen waar wij met de achterkant van een lepel (messen zijn er niet) toast smeerden met al het lekkers. Telkens werden er handen uitgestoken voor meer. Er zijn acht broden doorheen gegaan. Vooral de jam (Hero!) en de chocopasta vielen zeer in de smaak en gingen schoon op. De potten werden toen het brood op was zo ver mogelijk uitgelikt. Auntie Mahadevi had de middag van haar leven; telkens als ze een boterham voor iemand gesmeerd had, ging de volgende hap in haar eigen mond en van de wentelteefjes verdwenen er ook heel wat in haar plakkerige knuist.
De ranja die Inge uit Nederland heeft meegenomen vonden ze maar raar smaken, een beetje medicinaal. Rood water, noemde Rajesh het.

Eerst even ruiken aan de pot met pindakaas.


Sushil en Ishor smullen van de wentelteefjes.

Wie wil er nog een met chocopasta?

Na de lunch was Bhimsen er opeens weer, terug van een nachtje bij zijn moeder. De onafscheidelijke vriend wiens naam we niet weten was meegekomen. Een leuke jongen om te zien maar als hij zijn mond opendoet komt daar een schrille, hoge piepstem uit. Hij zegt dan ook niet veel; ik denk dat er iets mis is met zijn stembanden. De kinderen maakt het niet uit, ze vinden hem aardig, hij brengt soms snoep mee en hij voetbalt wel eens met ze.
Nadat ze enthousiast verslag hadden gedaan van hun lunch ('de chocopasta zat van hier tot hier') zijn we met de kinderen naar het veld gegaan. Ze hebben nog een paar uur fanatiek gevoetbald, tot het donker werd en ze allemaal bezweet en met rode koppen rondliepen. Zelfs Bhimsen en zijn vriend trapten aan het eind nog een balletje mee.
Weer thuis, toen het tijd was voor de meditatie, was Bhimsen alweer vertrokken, maar een paar van de oudere kinderen nemen inmiddels het voortouw en manen iedereen tot stilte. Vandaag was dat niet moeilijk, iedereen was afgepeigerd. Na het volkslied hebben we ook nog even gezongen voor Suraj, die 13 werd, en hem een klein cadeautje gegeven. Hij wist al lang wat erin zat, net zo'n plastic helikoptertje als we aan Ishor en Rajan hebben gegeven, maar straalde toch van oor tot oor.

Suraj met zijn cadeaus.

woensdag 7 december 2011

Chitwan

De afgelopen dagen hadden we onze 'midterm evaluation', een paar dagen om weer op te laden en onze ervaringen tot nu toe te bespreken met Bharat. Dat deden we niet in Kathmandu, maar in een fijn resort in Chitwan, een vlakke zuidelijke provincie waar zich het oudste nationale park van Nepal bevindt. Als je de arme sloebers en de lemen huisjes wegdacht waande je je soms heel even bijna ergens in Europa of zelfs Nederland.

De mosterdvelden staan mooi geel te bloeien.


Het Unique Wildlife Resort heeft een prachtige tuin en de warme douche is ook niet verkeerd.


Af en toe mis ik de klimhal een beetje.



Deze 'river sunset' is part of onze package deal. (Excuse my Dunglish.)


De eerste avond kunnen we genieten van het Tharu Cultural Programme, een heerlijke medley van lokale stokjesdans, travestie-acts en slapstick in een pauwenpak.

De volgende ochtend vroeg op voor een tochtje door krokodillenland in een houten kano.

We passen met z'n allen net in één wankel bootje. De krokodillen liggen al ongeduldig op ons te wachten dus handen binnenboord. Er lopen ook wilde pauwen rond en er zitten apen en wel zes soorten ijsvogels.


Het is heel mistig; je gaat haast vanzelf fluisteren.

Na het boottochtje gaan we lopen: jungle safari heet dat dan. Het eerste wild dat we spotten is een hele dikke neushoorndrol.


Ja, ik zie hem!


Daar staat de poeperd. Wat verderop lopen er nog een paar.

Ik vind de jungletocht best spannend. Er lopen hier ook tijgers rond. We zien er geen, maar wel een joekel van een pootafdruk.


Na de jungle safari gaan we naar het Elephant Breeding Center. Hier staan vrouwtjesolifanten geduldig aan een ketting te wachten tot een wilde mannetjesolifant uit de jungle komt om ze te bevruchten.


's Middags staat het 'elephant bath' op het programma. Het is net een leren bankstel als je op die brede rug zit. Maar wel een dat je eerst een douche geeft en je daarna afwerpt. De krokodillen liggen verderop alweer watertandend te wachten.

Nadat wij gewassen zijn, krijgen de olifanten zelf ook een bad.


Na het olifantenbad opteren we met z'n allen voor een jeep safari, hopend op nog meer wild.


Vier uur hobbelen later is de score: een handvol krokodillen, een python (een bruin hoopje in de verte), een paar herten, een aalscholver (wauw!) en een paar ooievaars die later maraboe's blijken te zijn. De tijger en de wilde olifanten laten zich niet zien.


Op 5 december hebben we 's ochtends evaluatie met Bharat. Daarna komt het hoogtepunt van ons verblijf, de olifantensafari.

Onze olifant schudt ons in ons mandje lekker door elkaar. Je zit best hoog en het is oppassen dat je geen takken in je nek krijgt. Maar we zien mooi wel een neushoorn en haar jong van heel dichtbij. De olifanten en de neushoorns storen zich totaal niet aan elkaar.


Onderweg scheuren de olifanten af en toe een boompje af om lekker op te eten.


Onze olifantenmenner heeft zich heel mooi uitgedost.


's Avonds is er kampvuur met pepernoten en een paar gauw in elkaar geflanste gedichten.

Dinsdag stappen we al weer vroeg op de bus voor de lange tocht terug naar Kathmandu. Die wordt nog langer doordat er weer een banda is. Leden van een gang hebben een politieke tegenstander deze nacht in de gevangenis halfdood geslagen. Uit protest hebben zijn medestanders vandaag een paar verkeersknooppunten dichtgegooid. Hè fijn! Dat wordt weer zinloos wachten. Daar hadden we net zin in.
Na een hoop gepraat krijgt Bharat ze zover dat ze onze toeristenbus erdoor laten. We zijn dan wel alweer dik anderhalf uur verder. Pas tegen donker rollen we de stad binnen. Nu nog een paar daagjes ontspannen voor we (waarschijnlijk vrijdag) weer terug reizen naar Barhabise.

zaterdag 3 december 2011

Banda

Vrijdag 2 december 2011

KAVRE, DEC 02 - Locals have disrupted the vehicular movement at Balefi and Khadichaur along the Arniko Highway from Friday morning demanding compensation to the family of those killed on Wednesday's road accident. Relatives and locals have been demanding compensation to the family of motorcycle rider Balaram Tamang and pillion rider Uddhav Shrestha who were killed in the road accident on Wednesday. Hundreds of passengers have been left stranded along the highway since this morning due to the obstruction. The duo was killed when the motorcycle they were riding collided with a van. Another one was critically injured in the accident.
[uit de krant eKantipur]

Met enige regelmaat heeft men hier in Nepal te maken met het fenomeen 'banda', ofwel staking. Voor allerlei doeleinden wordt dit pressiemiddel ingezet. Vaak zijn er politieke motieven maar een banda kan ook allerlei andere redenen hebben. Vandaag ging het dus om het loskrijgen van smartengeld voor de slachtoffers van een ongeluk en het was niet zozeer een staking maar meer een road block. En wij waren er, met vele anderen, de dupe van. Hè, fijn, dat werd weer eens een heerlijk dagje bussen.
Inge en ik waren vanochtend al even voor zessen opgestaan om de vroege - en snelle - non-stopbus naar Kathmandu te nemen. We verkneukelden ons al dagen over het vooruitzicht om daar vandaag eind van de ochtend aan de koffie met taart te zitten. Bij het kaartjesloket in het dorp bleek alleen dat er deze dag om onduidelijke redenen (a new system) geen non-stopbus reed, ook al was ons gisteren verzekerd van wel; er zat niets anders op dan toch maar weer de slome, om de honderd meter stoppende lokale bus te nemen die rustig vijf uur doet over de 85 km naar de hoofdstad. Met een beetje geluk konden we dan toch nog rond de middag in Kathmandu zijn.
Het eerste uur verliep voorspoedig, maar toen stuitten we op de staart van wat een ellenlane file bleek van vrachtwagens en bussen. Er ontstond meteen rumoer onder onze medepassagiers en iedereen begon uit te stappen. Niemand sprak genoeg Engels om ons te kunnen uitleggen wat er precies gaande was, maar toen de busjongen ons het geld van onze kaartjes ging terugbetalen was wel duidelijk dat deze bus voorlopig nergens meer naartoe ging. Er was een banda, zei men, a strike. Hoe lang dat zou gaan duren wist niemand maar de lengte van de file beloofde weinig goeds.


Tja, wat doe je dan? Het is een mistige, koude ochtend. Je staat met jebagage ergens langs die hele lange weg tussen Barhabise en Kathmandu en niets rijdt meer. En het plan was om morgenochtend vroeg met de groep door te reizen naar Chitwan in het zuiden voor een junglesafari en de halftijdse evaluatie. Ietwat ontdaan hebben we Bharat gebeld. Misschien kon hij ons advies geven. Dat kon hij inderdaad: Loop naar het dichtsbijzijnde dorp en ga iets eten. Daal baat of zo. Straks loopt dat hele dorp vol gestrande reizigers en dan is het eten op. En als er daarna nog niks rijdt, dan moet je maar terug naar Barhabise. Sympathiek natuurlijk dat hij aan onze straks rammelende magen dacht, maar daar hadden we niet zo veel aan. We wilden niet eten en al helemáál niet terug naar Barhabise; we wilden naar de stad! Uiteindelijk zijn we maar met de moed der wanhoop naar het volgende dorp gelopen om te zien of er daar misschien iets te regelen viel.


Vlak voor we bij de eigenlijke wegversperring aankwamen - een boom over de weg - herkenden we in een ons tegemoet komende motorrijder onze altijd behulpzame huisbaas Bhupendra. Hij lachte zijn kleine lachje naar ons en zei dat we het beste een kilometer of vijf konden doorlopen, tot voorbij een tweede wegversperring, en daar proberen de eerste de beste bus naar Kathmandu te nemen. Omdat hij altijd met goeie ideeën komt en de opties bovendien beperkt waren hebben we zijn raad opgevolgd. We zijn gaan lopen, voorbij de ruim aanwezige militaire politie, die rustig stond toe te kijken terwijl de lokale actievoerders hun boomstamversperring bewaakten, en daarna het dorp uit: een uitgestorven weg door een in nevel gehuld berglandschap met rivier. We waren net lekker op dreef, zingend en fantaserend dat we langs de route misschien wel ergens twee fietsen konden kopen, toen achter ons een bus uit de mist opdoemde. Inge begon meteen impulsief te zwaaien dat we mee wilden. Het was bomvol maar we hebben hangend aan de stangen wel mooi de vijf (of inmiddels nog vier) kilometer tussen de twee banda's in sneltempo afgelegd.
Bij de tweede wegversperring kon de bus niet verder. Vlak voor een brug was het een chaos van kriskras staande auto's en drommen mensen. Ook hier weer veel politie met geweren. We zijn te voet de brug overgestoken en naar het eind van alweer een ellenlange rij wachtende voertuigen gelopen om te zien of er al iemand rechtsomkeert ging maken. Vrijwel niemand maakte aanstalten; het gros van de mensen zat gelaten te wachten in hun bussen, of liep wat wezenloos heen en weer te slenteren tot de banda voorbij zou zijn.
Wij hadden geen zin in wachten, dat hebben we hier al veel te vaak en veel te lang gedaan. Koffie in Kathmandu wilden we, en snel een beetje! Gelukkig trad toen eindelijk Inge's die ochtend opgeraapte geluksmuntje in werking: we zagen in de verte, aan het eind van de rij, één bus die waarachtig aan het keren was en naar het scheen aanstalten maakte om terug naar de stad te rijden. Die moesten we hebben! We zijn er hard naartoe gerend en de meeste stoelen waren zowaar nog leeg.

Helaas vond de chauffeur het financieel niet interessant om met een haast lege bus te gaan rijden. Inge heeft eerst trappelend van ongeduld geprobeerd onze chauffeur tot vertrekken te bewegen, zonder resultaat, en daarna met enig leedvermaak een bus toeristen die in de rij de andere kant op stond laten weten dat het wel eens een lange dag voor ze zou kunnen worden. (Later hoorden we dat de banda pas om zes uur 's avonds was opgeheven. En voor alles dan weer vlotgetrokken is ben je zó nog eens twee uur verder.) Gelukkig begonnen ten slotte ook onze medepassagiers te morren en na nog zeker een uur wachten gingen we dan eindelijk. De rest van onze reis verliep voorspoedig en zo waren we toch nog halverwege de middag in Kathmandu. Snel in een taxi naar Mustang en daarna gauw naar de Himalayan Java: mmmmm... koffie!

woensdag 30 november 2011

Goeiedag!

Zondag 27 november 2011

Vanmiddag terug geweest naar de Sun Khosi School, aan de andere kant van de rivier. We hadden daar twee weken terug zulke leuke ontmoetingen, dat we helemaal zin hadden om er weer eens langs te gaan en misschien een paar klassen iets over Nederland te vertellen.
We wandelden het schoolterrein op en het eerste dat we zagen was een kwaaie juf in een rolstoel die kinderen zat te meppen met een stokje. We liepen gauw door en spraken een andere leraar aan: of we de principal konden spreken. Met hem (en met de jonge weetal Ronit) hadden we de vorige keer zo leuk gepraat en hij had ons uitgenodigd om nog eens terug te komen. De man nam ons mee de trap op naar de lerarenkamer en plantte ons op twee stoelen. Na enig doorvragen bleek de principal bezig met lesgeven, hij was over een half uur klaar. De leraar probeerde wel met ons te converseren maar zijn Engels was beperkt. Er kwam nog een juf binnen, die vriendelijk naar ons lachte en daarna in een hoek naar ons ging zitten kijken. We vroegen wat voor vak ze gaf, maar ze begreep ons niet. De andere leraar antwoordde voor haar: Engels, in de laagste klassen.

Even later kwam een andere leraar binnen, die ons meteen met een priemende blik opnam. Hij gaf wiskunde, bleek al snel. Zijn Engels was wat beter maar hij was niet van zins om gezellig met ons te keuvelen. Het werd een heel onaangenaam halfuurtje. Hij kwam recht tegenover ons zitten en begon met een spervuur van barse vragen, het leek wel een kruisverhoor. Wat we hier kwamen doen? Waarom wij (en al die andere westerlingen) zo nodig hier als vrijwilliger wilden komen werken? Of we eigenlijk wel gekwalificeerd waren? En of een Nepalees, die zomaar naar Nederland zou gaan en daar bij een school als vrijwilliger zou aankloppen, bij ons welkom zou zijn? Telkens staarde hij me zo fel aan dat ik er bijna bang van werd. We bleven maar herhalen dat de principal ons had uitgenodigd om een keer over Nederland te komen vertellen in een paar klassen. Gewoon, voor de leuk. Zo, dus wij kenden de principal heel goed? Nou, als die straks klaar was met zijn les zouden we dat nog wel eens zien. Hij zat er voorovergebogen bij, armen strak over elkaar. Er kon geen lachje af.
Na een tijdje werden de vragen een beetje minder sarcastisch maar ze bleven komen. De wiskundeman richtte zich vooral tot Inge, immers de enige gekwalificeerde leraar van ons tweeën. Mij negeerde hij grotendeels toen dat eenmaal duidelijk was. Van haar wilde hij weten wat haar opleiding was, hoe het Nederlandse schoolsysteem in elkaar zat en ook haar salaris als leraar, in harde cijfers graag.
Er kwam een oudere man binnen en de wiskundeleraar veerde op. You know him? You have see him before? Nee, we hadden de goede man nooit eerder gezien. This is the principal, zei hij daarop fijntjes, alsof hij ons als een stel leugenaars had ontmaskerd. Hij wreef er nog net niet bij in zijn handen. Wij waren in de war. Hè? Was die man die we de vorige keer hadden gesproken dan niet de principal geweest?
De echte principal was gelukkig van het minder opgefokte soort. Toen hij hoorde waar we voor kwamen, schonk hij ons een aimabele glimlach en nam ons mee naar zijn kantoor. De wiskundeleraar volgde ons op de hielen en trad gretig op als tolk en woordvoerder. Of we onze naam en opleiding en adres en motivatie en leservaring maar wilden opschrijven in een groot schrift. Daarna hield de principal - die wel degelijk een beetje Engels bleek te spreken - een heel verhaal over het Nepalese schoolsysteem, dat we al lang kenden.
Het leek ons inmiddels nogal onwaarschijnlijk dat we vandaag nog een klas te zien zouden krijgen, laat staan een verhaal zouden mogen ophangen over Nederland. We waren alweer ruim een uur hier, zonder ook maar het geringste teken dat ons aanbod op prijs werd gesteld. Maar opeens, wonder boven wonder, stond de wiskundeleraar abrupt op en zei: come, I show you school. Tjonge, als dat geen doorbraak in de onderhandelingen was! Alleen hadden we twee weken geleden het hele gebouw al van boven tot onder bezichtigd en dat zeiden we ook. Toen dat dus niet meer hoefde werden we opnieuw in de lerarenkamer gepoot. Alweer wachten, de nationale hobby hier. Maar ten slotte was het dan zover, wiskundeleraar kwam ons halen want hij had zowaar een klas voor ons.

We hebben eerst samen voor een achtste klas gestaan, waar de helft van de leerlingen ontbrak zodat het lekker rustig was, en daarna voor een klas van 82 leerlingen die halverwege wat rumoerig werd. Een tijdje heeft de wiskundeleraar achterin zitten meeluisteren en af en toe zag ik hem per ongeluk zelfs een beetje lachen als we een grapje maakten. Ha ha! Triomf!
Na onze riedel over Nederland (waar we inmiddels aardig geroutineerd in zijn) mochten de kinderen vragen stellen. De grappigste was wel de vraag van een jongetje aan Inge waarom ze zo wit was. Dat is gewoon mijn kleur, zei ze. En je vader dan? Die is ook wit. En je moeder? Die ook. En je broers? En je zussen? En je opa en oma? De hele familie is wit! Andere boeiende vragen: Waarom is je haar kort (aan Inge, die een staartje kan maken)? Hoe heten je broers? En je zussen? Hoe oud ben je? Toen Inge haar leeftijd zei klonken er verbaasde kreten en toen ik de mijne vertelde vielen ze bijna van hun stoel. Of ze me veel ouder of veel jonger hadden geschat bleef onduidelijk, ik hoop het laatste.
Alle informatie werd ijverig genoteerd, vooral de namen van onze familieleden. Handig om te hebben. Ook handig, het enige woord Nederlands dat we ze leerden en dat we riepen bij het afscheid: Goeiedag!

Alleen Ronit en de aardige leraar Engels hebben we niet meer gezien. Jammer!

Waterpret op z'n Nepalees

Zaterdag, 25 november

De kinderen van Mero Niwas hebben de hele week lopen aftellen. 'Miss, after today it is day after tomorrow, yes?' Vannacht waren ze van de opwinding al om vier uur wakker want vandaag ging het gebeuren: ons uitstapje naar Tatopani (letterlijk 'heet water').
Ik heb Bhimsen vorige week gevraagd wat zo'n uitstapje met de kinderen zou kosten en of hij een begroting voor me kon maken. Voor omgerekend honderd euro kon hij wel iets voor me regelen. Dat bedrag bleek voldoende om voor de hele dag een bus met chauffeur te huren, de entree voor de warme baden te betalen en ontbijt en een uitgebreide lunch voor 24 mensen te bekostigen. En dan nog had ik het gevoel dat een deel van mijn geld wel eens aan Bhimsens's strijkstok zou kunnen blijven hangen. Maar het was nauwelijks te controleren en ik gunde de kinderen hun uitje dus ik heb me er maar bij neergelegd.

Inge en ik wisten niet zo goed wat we van Tatopani konden verwachten; alleen dat het een heetwaterbron is waar je kunt baden, mannen en vrouwen apart. Verder was het nogal schimmig. Telkens als we de meiden vroegen wat je dan aan hebt tijdens dat baden kregen we vooral heel veel gegeneerd gegiechel als antwoord en na enig aandringen wat cryptisch gemompel over een soort petticoat die je hoog optrekt. Uiteindelijk heb ik gisteren een grote lap met twee lintjes eraan gekocht die me heel geschikt leek om decent in te badderen. Ik twijfelde nog of ik echt het water in wilde; ben al een paar dagen snipverkouden en wilde eerst wel eens zien wat die hete baden eigenlijk voorstelden.

Onze privébus.

Na een kopje mierzoete thee (Bhimsen bleek al gezellig zonder ons te hebben ontbeten met de kinderen) togen we naar de hoofdstraat, waar de bus op ons wachtte. De aunties hebben gisterenavond en vanochtend een enorme vracht eten klaargemaakt en dat ging allemaal mee, in grote schalen.

Binda.

Kritan is door zijn moeder heel warm (en schattig) ingepakt.

De busreis is al een attractie op zich.

De bus bleek weer eens het oudste barrel dat ze hadden kunnen vinden. Het verbaast me iedere keer weer dat die dingen niet bij de eerste kuil in de weg uit elkaar vallen. Nadat Sunita heel lief gevraagd had of ik met haar van plek wilde ruilen kwam ik naast Ishor terecht, ergens halverwege de bus. Helaas bleek net daar de ruit eruit gevallen en het was een mistige, steenkoude ochtend. De zon kwam wel al snel tevoorschijn maar we bleven diep in het dal, in de schaduw van de bergen. Het manneke en ik hebben dan ook gezellig tegen elkaar aan gekropen zitten vernikkelen.
Al gauw kwam de eerste snack voor onderweg tevoorschijn, pelpinda's. 'Huisvader' Bhimsen (lees het sarcasme in de aanhalingstekens) gaf als altijd het goede voorbeeld door al zijn pindaschillen doodleuk op de grond te gooien. Ik hoef denk ik niet uit te leggen hoe de bus er na een half uur uitzag.

Op een plaspauze onderweg maakte ik deze mooie foto van de weg naar Tibet/China.

Tatopani ligt niet ver van de grens, aan de Arniko Highway, die tot aan Barhabise heel behoorlijk is maar meteen daarna overgaat in gatenkaas. Het was een geschommel van jewelste, ik heb er blauwe plekken van.
Bhimsen had ons vooraf gezegd dat we vóór Tatopani ergens zouden stoppen om roti te eten, voor Inge en mij het ontbijt. Dat bleek niet het geval, ik was flauw van de honger toen we uren later eindelijk wat te eten kregen. Het probleem met Bhimsen is keer op keer dat hij niet overlegt, ons voor voldongen feiten stelt en ons het liefst helemaal negeert. Vanochtend voor vertrek werd zijn eigengereidheid me te gortig; dat akkefietje met het ontbijt en het feit dat hij zonder met mij te overleggen (ik betaalde immers ons uitje) eerst twee extra jongens en daarna ook nog de twee buurmeisjes had uitgenodigd. Ik was al te kwaad om me te realiseren dat een paar van de kinderen in de buurt waren toen ik hem de waarheid zei, besluitend met 'and it pisses me off'. Hij zei alleen 'O'. De kinderen keken me verschrikt aan. Shit, dacht ik, dat had anders gekund. Maar in de loop van de dag bleek Bhimsen wel iets van de boodschap te hebben meegekregen. Hij kwam me iedere keer braaf vertellen wat hij van plan was en of ik daarmee akkoord ging en de verstandhouding werd bijna vriendelijk. Bijna, want hij blijft toch ongrijpbaar. Ik zou graag eens een écht gesprek met hem voeren over hoe het is om zo jong al zo'n grote verantwoordelijkheid te dragen. Ik denk dat hij er iets aan zou kunnen hebben maar de vraag is of hij mijn ongevraagde advies accepteert.

Maar goed, ik dwaal af. We waren op weg naar Tatopani. Dat bleek net ietsje anders dan wij ons hadden voorgesteld. Er was keus uit twee aanlokkelijke opties. Enerzijds waren er twee hokken met een soort waterspuwers, waaronder halfblote mensen - strikt gescheiden naar sekse - zich het vel van het lijf stonden te schrobben. Anderzijds waren er twee 'zwembaden'; Ze vallen nog het beste te omschrijven als een soort gevangeniscellen waar je als extra straf ook nog de hele tijd in andermans lauwe badwater moet staan. Met als eigenaardigheid dat de Nepalezen die straf als één groot feest beleven want er werd uitgelaten in rondgeplonst en gejoeld alsof ze nog nooit warm water hadden gevoeld.
In het mannenschrobhok ontwaarden we al meteen een bekende: de leraar Engels stond in zijn onderbroek en van top tot teen ingezeept schaapachtig naar ons te lachen.

Inge had al eerder besloten haar portie aan fikkie te geven en ik heb ook een hele tijd staan aarzelen of ik mee zou gaan met de meiden, die maar bleven aandringen. De enige reden waarom ik uiteindelijk overstag ging was dat de busreis me in een ijspegel veranderd had. Het idee van warm water was te verleidelijk om te laten liggen. Ik wilde wel onder de waterspuwers; dat water was tenminste niet tweedehands. Het omkleden gebeurde in een veel te klein, vies hok, met tientallen vrouwen tegelijk. Tussen het ijzeren hekwerk van de ramen zaten overal ranzige propjes haar. Mijn lap met lintjes oogstte veel goedkeurend geglimlach. Ik kreeg hem niet meteen goed om en prompt stak een van aunties van achteren haar armen om me heen en begon hem, gezellig tegen me aan schurkend, op borsthoogte dicht te strikken.
Ik heb in reisgidsen gelezen dat bloot in Nepal taboe is. Niks van waar, bleek hier. De hokken voor mannen en vrouwen waren handig om en om geplaatst, zodat men elkaar (vooral de mannen de vrouwen) goed kon bestuderen. De mannen liepen in door het water uitgerekte onderbroeken en bij de vrouwen werd de lap met lintje (weet niet hoe zo'n ding echt heet) vaak een heel stuk opgeschort en liet dan weinig aan de verbeelding over. De niet badderende dagjesmensen liepen ondertussen gezellig tussen al dat bloot te kijken en foto's te maken.

Terwijl Inge met enig leedvermaak toekeek ging ik uiteindelijk, gewapend met een zakje shampoo dat nog het meest op waspoeder leek, onder de waterspuwers. Of probeerde dat althans want ik werd voortdurend aan de kant geduwd door dames die ook even van de hete straal gebruik wilden maken. Met een hoofd vol shampoo zat er niks anders op dan terugduwen. Westerse toeristen rijden hier hoogstens heel hard voorbij op weg naar Tibet dus ik was weer eens een bezienswaardigheid. Ze vonden het heel koddig als ik weer eens stond te blauwbekken naast de straal. 'Brrr, cold, cold, cold', bauwde een dikke vrouw me lachend na.
Gezellig samen onder de douche.


Toen ik na luttele minuten bibberend onder de waterspuwers vandaan kwam om me te gaan aankleden, riepen de meisjes: Miss, come! Ze lagen heerlijk rond te darren in het 'vrouwenzwembad', een hok van een paar vierkante meter met een traliewerk ervoor. (Uiteraard was het mannenzwembad drie keer zo groot.) Ik had het nog steeds bere-koud en dacht alleen maar 'warm, warm, daar is het warm'. Terwijl ik erheen liep hing in het belendende bad een groepje mannen in onderbroek tegen de hekken mannengeluiden naar me te maken. De meisjes trokken al aan mijn armen. Miss, come! Binnen was het inderdaad warm, en vol. Toen ik het trapje af klom het water in, zakte het onder me weg en werd een klein meisje erdoor kopje onder getrokken. Gelukkig kon ik het proestende kind weer opvissen en daarna ook het trapje, een gemeen ijzeren geval dat nergens aan de muur vast zat. Het water was troebel. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat dat door de gezonde mineralen kwam en niet door menselijk vuil. Gelukkig waren de muren minder glibberig dan ik verwacht had. De kinderen vonden het allemaal fantastisch en sprongen uitgelaten spetterend rond. 'Miss, miss, is wonderful, yes?'  Mwa, wonderful... Het was vooral heerlijk warm, maar alleen als je tot aan je nek onder water bleef. En dan had je binnen de kortste keren een bos zwarte haren tussen je vingers hangen. Al snel hield ik het weer voor gezien en heb ik me te midden van een club kletsnatte, giechelende vrouwen aangekleed. Het was inmiddels nog veel drukker geworden en ik was blij toen we weer met z'n allen bovenaan de trappen stonden en op weg konden naar de bus.
Die ene die eruit wil ben ik.

Ik viel inmiddels bijna van mijn graat van de honger en vroeg Bhimsen weer wanneer we nou eindelijk die roti gingen eten. Zijn 'yes, now' gaf hoop maar eerst moest er weer een stuk gereden worden, naar een uitkijkpunt bij een waterval. Toegegeven, de waterval was mooi maar dat kon me al niks meer schelen, eten moest ik. De roti met warme melk waren heerlijk en ik heb er drie verslonden. Alleen jammer dat ik daarna met mijn vette vingers zonder het te merken een veeg op de lens van mijn camera maakte waardoor de rest van de dag alles een beetje wazig werd.
De plastic bekertjes van de melk vielen her en der op de grond. Ik probeerde een paar van de kinderen uit te leggen dat hun rotzooi deze mooie omgeving alleen maar viezer zou maken; niet zomaar weggooien dus. Daarop begonnen ze alles braaf in een plastic zak te verzamelen. Heel even had ik hoop. Helaas zag Inge al twee minuten later de volle zak met een boog over de reling verdwijnen. Het is ook een duivels dilemma; stel, je neemt je rommel netjes mee naar huis, wat dan? Er is hier geen vuilniswagen die je er vervolgens verantwoord van komt verlossen. En maakt het veel uit of het hier in de rivier verdwijnt, of een kilometer of wat verderop?
Hierna was het weer rijden, op weg naar het volgende hoogtepunt van onze trip: de grens met China. Vooral Mahalaksmi en Shondiki waren daar helemaal opgewonden over. Niet zozeer vanwege dat hek met daarachter een vreemd land, maar vanwege het feit dat ze misschien wel een glimp zouden opvangen van hun moeder respectievelijk vader, die vlak voor de grens wonen. Shondiki heeft me laatst wat fotootjes van haar familie laten zien: haar vader, oudere broer en kleiner broertje. De grote broer mist beide benen, hij heeft als kind kanker gehad. Het jongere broertje van zeven en een iets ouder neefje waren samen helemaal naar de waterval toe komen lopen om Shondiki te begroeten.
De bus kon op zeker moment niet verder, het was afgeladen druk in het grensdorp en er stond een file tot ver daarbuiten. Heel veel lokale mensen gaan met een dagpas naar China om daar inkopen te doen, omdat het er goedkoper zou zijn. We hebben het laatste stuk met de massa opgelopen, kinderen aan de hand, wedijverend om voorrang met motoren en jeeps en busjes die zich toch door het gedrom probeerden te wurmen. Toen we bij het huis van Shondiki's vader kwamen stond hij al vanaf het dak naar zijn dochter te zwaaien. Een paar huizen verder wees ook Mahalaksmi opgetogen haar moeder aan. Maar Bhimsen rende al met een klein clubje voor ons uit, niet van zins te zich door zoiets te laten ophouden.
We moesten een paar hekken door om bij de Vriendschapsbrug te komen, de eigenlijke grens. Daar stond een lange rij mensen te wachten om erdoor te mogen; er werd scherp gecontroleerd door de Chinese douane. Ik liep wat dichterbij om foto's te maken maar dat bleek geen goed idee. Er kwam een jongeman op me af, een Chinees. 'No photos,' riep hij. Why not? vroeg ik. 'Delete photos,' was het antwoord. Hij kwam dreigend naast me staan. Ik sputterde wat tegen, dat ik niet in China stond maar in Nepal. Wat had hij hier te zeggen? Dom natuurlijk. 'Delete photos,' zei hij weer, kwaaier. Uiteindelijk heb ik er twee weggegooid, hij keek over mijn schouder mee. Bhimsen en - uit het niets - de leraar Engels kwamen naar me toe. 'We should go. He will take your camera.' Oké dan, stomme Chinese bezetter. Hij bleef me van een afstandje in de gaten houden en ik heb, veilig uit de buurt, nog wat foto's van de omgeving gemaakt om hem te jennen.
Bij de Chinese grens.

Op de terugweg hebben we toch nog een paar minuutjes bij de families van Laksmi en Shondiki gezeten. Laksmi's moeder leek me nog erg jong. Ze droeg een dikke bril en had ontzettend scheve tanden. De vader van Shondiki had een mooie glimmende Tibetaanse kop en voor ons een hartelijke glimlach.
Weer terug bij de bus bleek dat we op de heenweg in een soort fuik gereden waren. De weg is in het grensdorp erg smal, de huizen staan er pal tegenaan. Achter onze bus had zich een hele nieuwe rij van geparkeerde bussen en vrachtwagens gevormd die één weghelft in beslag nam. Er zat niets anders op dan honderden meters achteruit terugsteken, met aan iedere kant van de bus hoogstens dertig centimeter speling. Ik heb de buschauffeurs hier al knappe staaltjes zien uithalen maar dit achteruitrijden en de daaropvolgende draaimanoeuvre spanden wel de kroon. Het keren moest gebeuren door steil omhoog een weggetje vol kuilen in te steken en dan, weer naar beneden denderend, een scherpe bocht rechtsom te maken. Recht vooruit, pal naast de weg, was de afgrond. De eerste poging werd halverwege afgebroken, de chauffeur zat er gespannen bij. Één foutje nu, dacht ik, en we liggen met z´n allen beneden. Poging twee ging ook niet echt lekker, de bus gromde hard maar kwam niet ver genoeg de helling op. Dit was echt link! Ik heb poging drie niet afgewacht maar ben naar buiten gesprongen, gevolgd door Inge. De derde poging lukte gelukkig, maar het was doodeng om zelfs maar naar te kijken. Alle kinderen zaten immers nog in de bus. Ze waren inmiddels zo gaar dat het ze weinig kon schelen.
Wedstrijdje achteruitrijden voor bussen.

We waren nog maar amper weer op weg of Ishor naast me hing met zijn hoofd uit het raam, kotsend. Ik heb iedere keer ontzettend met het joch te doen. Hij is een kleine pechvogel, de enige volledige wees in het huis. Toen hij laatst jarig was, 'vergat' Bhimsen daar iets mee te doen (of het was straf voor zijn slechte rapport; Mahalaksmi mocht wel trakteren) en ons cadeautje begroette hij ook wat lauw. De dag daarop bleek hij waterpokken te hebben. Het arme ventje moest thuisblijven van school en zijn bultjes werden ingesmeerd met een roze smeerseltje; hij zat dagenlang zielig gevlekt in een hoekje. Ik heb me toen voorgenomen hem extra vaak aan te halen; de gretigheid waarmee hij iedere knuffel ondergaat is hartverscheurend. En nu lag het ventje alweer hondsberoerd naast me.

Bij een kleine hindoetempel op een verhoging langs de weg zijn we een laatste keer gestopt om de enorme lunch die de aunties hadden bereid op te eten. Het werd een gezellige picknick in de zon (die gelukkig al heel gauw de ochtendmist had weggebrand), gevolgde door een uitgebreide fotosessie waarbij iedereen in allerlei combinaties geportretteerd wilde worden. De wegwerpbordjes en lege blikjes werden weer in een zak verzameld, ik heb maar niet bijgehouden waar ze geland zijn. Het laatste stuk naar huis zaten de meiden achterin eerst flink te flirten met de hippe busboy en luidkeels met de radio mee te zingen. Later werd het steeds stiller en bleek zowat iedereen in slaap gesukkeld.
Picknick.

Rajesh en Sita, uitgeteld.

Het hele cluppie.


Een eindje voor Barhabise stopten we. Bhimsen kwam me vertellen dat zijn moeder gebeld had, hij moest ernaartoe. Is er iets aan de hand, vroeg ik? Dat wist hij niet. Hij stapte uit en nam Rabi van 13 mee. Toen we bij Mero Niwas aankwamen was iedereen op. De meisjes hadden hoofdpijn van de herrie in de bus en het voortdurend door elkaar gerammeld worden. Zelf voelden we ons ook behoorlijk gaar. Meteen na het avondeten zijn we naar onze kamer gegaan, de kinderen naar bed. Rare dag, al met al. Ik hoop dat de kinderen het leuk hebben gehad.

Naschrift, de volgende ochtend

Bedacht later dat Bhimsens moeder hem helemaal niet gebeld kan hebben; hij had me eerder zelf laten zien dat zijn telefoon leeg was. Vanochtend bij het ontbijt waren hij en Rabi al weer terug. Ik vroeg hem of alles goed was met zijn moeder. Eerst keek hij niet begrijpend. Daarna, met een klein lachje: 'Yes, everything was fine.' Ik vind het maar niks dat Bhimsen individuele kinderen mee uit logeren neemt. In Nederland zou dat absoluut niet kunnen. Overigens heeft hij onlangs aan Rene voorgesteld dat de oudste jongens, pubers, voortaan ergens anders slapen; dat zou beter zijn met al die pubermeisjes in de buurt. Rene leek dat een goed idee, dus nu slapen Rajesh van 16, Rabi van 13 en Govinda van 15 op de kamer van Bhimsen, een paar huizen verderop. Rajesh en Rabi delen een bed en Govinda deelt een bed met Bhimsen. Govinda, Bhimsens knechtje, die zijn eten voor hem haalt bij de aunties en die er voor allerlei klusjes op uit gestuurd wordt. De jongen is Bhimsen op een slaafse manier toegewijd en ik vind het niet om aan te zien.
Ik weet dat de dingen hier anders gaan dan bij ons. Dat de slaaparrangementen wel vaker erg knus zijn. En toch lig ik er alweer een paar nachten wakker van, alle omgerijmdheden en vreemde gedragingen van Bhimsen. En vooral van de vraag, wat ik daarmee aan moet. Interpreteer ik culturele verschillen verkeerd? Zie ik spoken? Of is hier echt meer aan de hand?